Hoekstenen

De Ignatiaanse opvoeding: een traditie

Binnen al het wonderlijke is de mens het wonderbaarlijkst. En van alle mensen, is uw kind u het meest dierbaar. Vanuit dit besef willen de internaatsopvoeders uw kind omringen met de beste zorgen. Wat u zich mag voorstellen bij die ‘beste zorgen’ kan u hieronder lezen. Onze opvoedingswijze is gebaseerd op enkele pijlers, die we u graag willen voorhouden.

a. Cura personalis

Geen twee mensen zijn identiek. Elk individu verschilt sowieso qua gekregen talenten, interesses, levensomstandigheden, gezinssituatie, verwachtingen van ouders en kansen die zich op een levenspad voordoen. Dit uitgangspunt ligt aan de basis van ons opvoedingswerk.

De vorming die wij vanuit deze invalshoek geven gelijkt dus niet op een kleedje dat iedereen moet passen. De eigenheid van de leerling zelf bepaalt voor een stuk de klemtonen van zijn opvoeding. Of nog anders gezegd: een intern wordt geen duplicaat van een modeljongen (die trouwens niet bestaat). Integendeel, hij wordt steeds meer zichzelf.

Om dit te stimuleren is het van belang de juiste kansen op het juiste ogenblik aan te bieden.
Binnen onze internaatsstructuur en -werking voorzien we hiertoe een ruime waaier aan mogelijkheden, zeg maar groeikansen.

b. Non multa, sed multum

Het tijdperk waarin we nu leven wordt gekenmerkt door een steeds toenemende informatiestroom. Alles is verkrijgbaar en indien u dat wenst, nu meteen.
Het consumeren van het ene is nog aan de gang en een andere behoefte dringt zich al op.

De opvoeding op het internaat aanvaardt dit gegeven, maar gaat in tegen deze consumptiedrang. De opvoeders moedigen de internen aan om uitgevoerde opdrachten tot in de puntjes te verzorgen en om gekregen goed met veel respect te behandelen.
De ingesteldheid moet van die aard zijn, dat grondigheid nagestreefd wordt.

c. En todo amar y servir

Bij een eerste kennismaking van deze hoeksteen zal u ons wellicht wat wereldvreemdheid toeschrijven. Vragen als:”Bestaat dit nog?” of “Werkt men hier nog aan?” zullen bij u zeker opkomen.

En todo amar y servir betekent: In alles liefhebben en dienen. Het verwoordt de levenshouding van de stichter van de Sociëteit van Jezus: Ignatius van Loyola.

Elke tijd opnieuw nodigt Ignatius mensen uit om deze ingesteldheid dag na dag steeds meer te verwerven. Ook vandaag is het een uitdaging om over deze slagzin na te denken en hem te concretiseren waar het kan.

Op het eerste gezicht lijkt deze stelling haaks te staan op onze menselijke natuur, maar dankzij een goede opvoeding kan het een mens lukken om de persoonlijke zorgen zo te organiseren, dat er veel tijd en ruimte vrij komt voor anderen.

We gaan er van uit dat jonge mensen zich pas echt vrij kunnen voelen, indien zij zoveel mogelijk bevrijd zijn van eigen zorgen en daardoor anderen vooruit kunnen helpen.

Vertaling van deze traditie voor ons internaat

De leidraad waarmee we graag werken bestaat uit drie v’s. Ze staan voor vertrouwen, verantwoordelijkheid en vrijheid.

We zien het zo.

Adolescenten hebben nood aan duidelijke grenzen, maar eveneens aan ruimte om binnen die grenzen creatief te zijn.

We geven hen als het ware een tekening waarvan de lijnen door de opvoeders met dikke stift vastgelegd zijn. Het inkleuren van deze tekening laten we over aan de intern. Hij kiest de kleuren en mogelijke schakeringen, maar werkt wel binnen de vastgelegde lijnen.
Gaandeweg maken we de lijnen vager, zodat de opgroeiende jongere niet alleen uitgenodigd wordt om in te kleuren maar eveneens om aandacht te besteden aan de grenzen zelf. Hij mag ze aftasten en hier en daar accentueren.
Indien op die manier het verantwoordelijkheidsbesef groeit, mogen de lijnen steeds vager worden tot er slechts stippellijnen overblijven. In de adolescentie moeten eenvoudige richtlijnen genoeg zijn.