Wachten in Togo

Wachten in TogoAfgelopen zomer trokken we naar Togo (West-Afrika), om er vrijwilligerswerk te doen bij een lokale organisatie, ONG CADO (Centre d'Assistance aux Démunis et Orphelins). Op voorhand wisten we niet veel meer dan dat we een maand in het dorpje Avédjé zouden verblijven om er "les cours de vacances" te verzorgen en mee te helpen aan de bouw van een kleuterschool.

Schoolgaan tijdens de grote vakantie is in Togo een wijdverspreid gegeven (ze zouden het hier eens moeten proberen). De lessen zijn gratis, worden gegeven door vrijwilligers en dienen om de leerlingen voor te bereiden op het komende schooljaar. Aan ons werd gevraagd Engels te geven aan de hand van een leerplan opgesteld in de jaren '80 (ze zouden het hier eens moeten proberen). Gelukkig werd ons genoeg vrijheid gegund en konden we ons eigen ding doen.

Zo gaven we naast Engels ook sensibiliseringslessen over een hele rits van onderwerpen gaande van het milieu en de opwarming van de aarde, de positie van de vrouw in de Togolese samenleving en voorbehoedsmiddelen, tot een uiteenzetting over de impact van de Wereldhandelsorganisatie op West-Afrika. Of onze pogingen tot sensibilisatie echt iets hebben uitgehaald is zeer de vraag, een maand is veel te kort om de mentaliteitsverandering teweeg te brengen die zo hard nodig is in Togo.

Wachten in TogoOns verblijf was dan ook eerder een inleefstage dan een echte ontwikkelingsstage; voor "ontwikkeling" is immers veel meer tijd nodig.

Als inleefstage is ons verblijf zeker en vast geslaagd: een maand leven zoals de gemiddelde Togolese plattelandsbewoner doet je beseffen waarom er sprake is van een eerste, tweede en derde wereld. Het was alsof we teruggekatapulteerd waren in de tijd: geen elektriciteit, geen stromend water, op stok met de kippen, en met het haangekraai weer wakker. Leven op het ritme van de natuur.

Togo behoort volgens het OECD (Organisation for Economic Co-operation and Development) tot de minst ontwikkelde landen ter wereld, en dat merk je. Sommige dorpen in de omgeving beschikken niet eens over een waterput; hun drinkvoorraad halen ze uit onhygiënische poelen van stilstaand water. Andere dorpen hebben geen permanent schoolgebouw, waardoor de lessen noodgedwongen doorgaan in aftandse hutten, die tijdens het regenseizoen nauwelijks bescherming bieden.

Vele Togolezen kunnen bovendien niet eens naar school, omdat hun ouders hun geboortecertificaat niet konden betalen, waardoor ze officieel niet bestaan. Aan al deze problemen probeert ONG CADO iets te doen, maar makkelijk is dat uiteraard niet. De Togolese overheid verleent quasi geen subsidies, waardoor de organisatie bijna volledig is aangewezen op buitenlandse steun. Omdat dit geen structurele hulp is, is het heel moeilijk een langetermijnplan te ontwikkelen.

Ons verblijf in Togo confronteerde ons niet alleen met grote verschillen qua comfort, maar ook qua mentaliteit. Het torenhoge cliché over Afrika, dat alles er veel trager gaat, bleek grotendeels te kloppen. Er wordt veel gewacht in Togo; op transport, op leerlingen die niet naar school komen wegens de regen, op hulp uit het buitenland, … Voor ons, zenuwachtige Europeanen, was het soms lastig hiermee om te gaan, maar de Togolezen reageren laconiek op vertragingen en tegenslagen. Ze zijn het gewoon.

Wachten in TogoEr wordt niet alleen veel gewacht, er wordt ook veel verwacht. Mensen die we nauwelijks kenden (kinderen, maar heel vaak ook volwassenen), vroegen ons te pas en onpas om "cadeaus" zoals kleren, studietoelagen, medicijnen, een gsm, ... Vooraf hadden we voor onszelf uitgemaakt dat we dergelijke individuele hulp niet zouden geven, maar de bevolking via projecten van de ngo zouden proberen te ondersteunen. Uiteraard is dat eens je daar bent makkelijker gezegd dan gedaan, zeker als je geraakt wordt door een bepaalde situatie.

De mentaliteitsverschillen en torenhoge verwachtingen kunnen voor ergernissen en frustratie zorgen, maar er zijn meer dan genoeg dingen die de mindere momenten compenseren. Zo is er bijvoorbeeld de ongelooflijke vriendelijkheid van de lokale bevolking en het hartverwarmende contact met de kinderen van het dorp. Ook de avondlijke discussies en gesprekken over Europa, Afrikaanse politiek en seksualiteit of de lokale Miss Plateau verkiezing zullen ons altijd bijblijven, net als de verkwikkende Afrikaanse douche. Een emmer met putwater, een schepje, en een prachtig zicht op de omringende bergen; wat kan men nog meer verlangen na een middag hard labeur op de velden?

Een dergelijke inleefstage kunnen we iedereen aanraden. Het is een echte "eye-opener", veel zinvoller dan zomaar een "rondtrekreis" in Afrika. Het doet je immers nadenken over dingen die je altijd als vanzelfsprekend hebt beschouwd en geeft je uiteraard een onvergetelijke ervaring.

-- Maarten De Grauw en Mathias Dobbels

Meer informatie is te vinden op de website van ONG-CADO. Mailen kan ook altijd naar maartendegrauw@hotmail.com of mathias.dobbels@hotmail.com.