Operatie Struisvogel - Een terugblik

IMG_0015David Beckham en Ken van Barbie hebben twee dingen met elkaar gemeen. Ze hebben beiden een relatie met een mokkel die door magerzucht nauwelijks nog een vrouw kan genoemd worden en ze worden beiden gezien als het prototype van de metroseksuele man. De metroman is een vent met vrouwelijke trekjes. Hij kickt op hippe kleding, draagt zijn haar ’s nachts in een netje en gebruikt al eens een toefje fond de teint. Een vrouw in de overgang dus. Hij komt in geen lichtjaren meer in de buurt van de oerman die ons eeuwenlang door de woestenij van de evolutie heeft geloodst. Een zorgwekkend fenomeen. Want waar is de jager gebleven? De harige rots waaronder vrouw en kinderen schuilen tegen roofdier en onweer? De spiermassa die ijzer plooit tot eg en pollepel? Wij gingen hem zoeken in de Ardennen.

Daarmee had Operatie Struisvogel ineens ook een missie: op zoek gaan naar het Neanderthalergevoel dat diep in elk van onze jongens nog aanwezig moet zijn. De vreugde om met pijl en boog een beest van tussen de varens te schieten. De drang om met de hoektanden een stuk rauw hertenvlees uit elkaar te scheuren. De deugddoende gewaarwording van het vrij kunnen kakken in een bos. De extase van het verschalken van een wilde forel. Het ontdekken van de kracht van vuurstenen en het zwartgeblakerd aanheffen van een rustgevend Kumbaya rond het kampvuur.

Wij vonden daarvoor de ideale plek, tussen Hotton en La Roche in het gehucht Blier. En wij vonden daar ook de ideale mensen om ons te begeleiden op onze zoektocht naar het beest in onszelf. Het waren weliswaar Hollanders, maar het waren fijne Hollanders. En zij hebben er vier dagen alles aan gedaan om ons op een uitdagende maar vooral veilige manier door onze meest rudimentaire fantasieën te loodsen.

Bij aankomst stond het team van Club Actif klaar om er gelijk in te vliegen. Terwijl een deel van de groep een poging deed om zijn tenten op te slaan kon een ander deel gaan Aquaballen. Deze activiteit ziet er leuk en spectaculair uit maar helaas viel ze de meeste van onze gasten tegen. Het principe is eenvoudig. Je stapt in een reusachtige bal die vol lucht geblazen wordt en dan word je een vijver of een meertje opgeduwd. De kunst bestaat erin overeind en vooral droog te blijven. Tot grote teleurstelling van onze jonge avonturiers houdt men de bal vanaf de oever vast aan een lijn. Dit uiteraard om veiligheidsredenen. Maar het maakt ook dat je bewegingsvrijheid geremd wordt. En dus ook de kans om af te drijven naar een exotisch oord of de verwoestende tanden van een reusachtig meermonster. De uitdaging was op die manier te klein en dus keerde men terug naar de constructie van het basiskamp.

En daar was de uitdaging een heel pak groter. Want hoewel de meesten zich beperkt hadden tot het neerpoten van een iglotent waren er ook gekken die een heuse kathedraal probeerden uit de grond te stampen. De gekkigheid rond dat bouwwerk begon al nog voor we vertrokken. De eigenaar had het weekend voor onze afreis een gigantische doos bij ons afgeleverd waarin alle constructiemateriaal voor het ding zat. Bij de doos hoorde de plechtige belofte dat hij die zelf op maandag vrolijk fluitend naar het Zuid zou brengen. Niet dus. We (vooral meneer Vekeman dan) konden er zelf tot daar mee sleuren. Een hernia en twee uur bussen later bleef er op de parking aan de kampplaats een stuk bagage achter. Inderdaad, de doos. Terwijl de bus ook nog over de achtergelaten slaapzak van dezelfde eigenaar reed maanden wij hem vriendelijk edoch met de nodige aandrang aan om zijn bouwmaterialen toch maar zelf naar de werf te verplaatsen. Daar volgde dan een soort moderne danschoreografie waarbij duidelijke invloeden van Shaolin Kempo en scènes uit de Buysse-klassieker Het gezin van Paemel overheersten. Maar het moet gezegd: eens het ding was opgetrokken torende het als de Sagrada Familia boven de andere stulpjes uit. En net als de Spaanse basiliek was het een bouwwerk waar men nog jaren werk aan zou hebben. Maar nu waren de bouwvakkers moe. Net als de rest van de groep. Dachten wij. Want het zou nog enkele uren duren voor het toch voor even stil werd in het Struisvogeldorp.

En dat was er de volgende ochtend aan te merken. Want tijdens de ijskoude nacht had er zich blijkbaar een bloederig tafereel afgespeeld in het anders zo rustige Gallische dorpje. Tenten scheurden tergend langzaam open en half opgevreten zombies vielen naar buiten. Sommigen schijnaar in stukken en brokken. Het ochtendblok trok zich dan ook in slow motion op gang waardoor de springveren van Club Actif zich persoonlijk kwamen vergewissen van de toestand. Plots schoot het tempo de hoogte in en konden we met een minimum aan vertraging aan de eerste uitdaging van de dag beginnen: een fikse GPS-wandeling door de vallei van Ourthe en Aisne.

Klinkt aantrekkelijk? Misreken je niet. Een GPS is namelijk niet ontworpen om je van punt a naar punt b te brengen. Of toch niet zomaar. Het technologisch snufje houdt immers geen rekening met de mentale toestand van zijn gebruiker. En als je denkt dat je het ding zomaar achterna kan lopen kom je lelijk bedrogen uit. Het moet jou immers eerst kunnen lokaliseren en dat lukt echt niet als je er als een speer van door wil gaan. Gelukkig zijn er dan mensen, daar waren de Hollanders weer, die de knowhow en vooral het geduld hebben om betweterige pubers tot de orde te roepen. Met een paar eenvoudige aanwijzingen maakten zij de jongens wegwijs in de wereld van markpoints en andere geografische onzin die ons avontuur toch enigszins voorspelbaar moesten maken. Al bleek dat in de praktijk toch lelijk tegen te vallen. Tenzij het echt de bedoeling was dat we geregeld in het midden van een weide stonden, over of onder prikkeldraad moesten klauteren of een kilometer of vijf extra vraten. Uiteindelijk belandden we op de aankomstplaats, al stond onze groep een meter of tachtig boven de instructeurs.

Die stonden te wachten aan de voet van wat zij de Bisonrock noemen. Een stevige rotspartij in het land Van Ny. Wie tot nu dacht dat de Knights of Ny verzonnen werden door de jongens van Monty Python zit er dus lelijk naast. Er is zelfs een kasteel in Ny. Of die enerverende ridders ook de berg (Belgisch formaat weliswaar) die voor ons lag ooit beklommen hebben werd mij niet helemaal duidelijk maar wij zouden het dus wel doen. Het is te zeggen, er werd geen woord over klimmen gerept. Wat wij voor de boeg hadden was klettersteig, tokkelen en abseilen. Dure woorden voor omhoog kruipen, omlaag glijden en naar beneden schuiven. Dit alles met een gele helm op het hoofd (ik miste de oranje Loekipruik) en een stuk of wat riemen, gespen en musketons rond alle overige lichaamsdelen. En die waren nodig. Het omhoog kruipen viel nog mee. Maar eens je de top had bereikt hing er zo’n veertig meter boven de grond een lange Himalayabrug op je te wachten. Peanuts voor ervaren alpinisten maar een behoorlijk stevige noot om te kraken voor wie doorgaans dichter bij de grond blijft. Daarna kreeg je de keuze. Je kon zeer snel naar beneden geraken via de tokkelbaan (al klinkt death-ride een stuk stoerder) of je kon naar beneden glijden via de abseil. De meeste avonturiers deden beiden en ze waren ook allebei vrij spectaculair. Vooral het moment net voor je de grote sprong waagt is behoorlijk spannend. Iedereen overleefde dit fijne scoutsgebeuren zonder kleerscheuren en dus kon iedereen welgezind de terugtocht naar het basiskamp aanvatten.

Al is welgezind misschien licht overdreven. Internen van drievier denken stuk voor stuk dat ze een goddelijk lichaam hebben waar alle dartele hinden als kleurrijke Italiaanse ijsjes voor smelten. Een wasbord rond de navel, gebetonneerde schouders, armspieren die als oude lianen rond een baobab slingeren en de kuiten van een postbode in Kluisbergen. Al die pracht hebben ze te danken aan hun bijna ontelbare en historische sportieve prestaties. Al blijft daar niets van over als iemand in vurige tongen de duivelse woorden te voet, stappen of wandelen orakelt. Dan blijft er enkel rijstebrij over. En dus werd de fototocht een wandeling dwars door Dante’s inferno. Maar na zeven kilometer gesleep en gezeur waren er die avond gelukkig geen wiegeliedjes nodig om onze flinke kerels zacht te doen indommelen.

De volgende ochtend spreidde zich dan ook een kamerbrede glimlach over het doorweekte terrein. De stoere trekkertjes hadden een flink dutje gedaan en zaten daardoor weer boordevol energie. Al kan dat ook aan de geplande activiteit gelegen hebben. Paintball. Een zogenaamd tactisch spel dat bedacht werd door een man wiens hoofd ongetwijfeld twee weken lang tussen een goed aangespannen bankschroef werd gekneld voor hij met het idee op de proppen kwam. Een andere verklaring kan ik niet bedenken voor dit totaal van de pot gerukte übermacho-gedoe. Regels zijn er niet echt. De fun-factor wordt blijkbaar vooral bepaald door de setting.

Je gaat naar een bos. Liefst een bos met struiken. Prikkende struiken. En modder. Vette modder. En een stukje moeras. Stinkend moeras. Met neveldampen. En muggen. En bloedzuigers. En van die smerig venijnige paardenvliegen die met hun slagtanden gaten in je lichaam bijten dat vervolgens gaat opzwellen tot je de omvang krijgt van een aan elefantiasis lijdende Bibendum. Bovendien word je in een overall gehesen en krijg je een soort gasmasker over je hoofd gespannen. Je gezichtsveld wordt in een klap verminderd tot dat van een blobvis met glaucoom en je zuurstoftoevoer wordt beperkt tot die van een stokoude kettingroker die ze net over de uitlaat van een dertigjarige Mercedes Diesel hebben gemonteerd. Maar je blijft monter en enthousiast want om het geheel compleet te maken duwen ze je ook nog een luchtdrukpistool in de hand. Met echte kogels. Verfkogels. De hulzen van maïszetmeel. Maar je voelt je plots weer man. Geen stofzuigende pantoffel maar een brullende tank.

En die dendert op het startsignaal als bezeten het bos in. Daar spring je over beken, doorwaad je moerassen en buitelt door de netels. Dit alles met slechts een doel: de gek die zich in een roze bunnypack heeft laten hijsen neerknallen met je milieuvriendelijk machinegeweer. Er waren twee reeksen. En twee gekken. Die zijn de zomervakantie begonnen met een landkaart aan bloeduitstortingen maar ze hebben zich wel geamuseerd. En bovendien hebben ze afgezien met in het achterhoofd het feit dat het strijdtoneel van twee september tot 30 juni weer alleen hen toebehoort.

Toen het konijn geschoten was werd het tijd om wat aan teambuilding te doen. En hoe kan dat beter dan door met z’n allen een bootje te maken? Niet zomaar een bootje maar een vlot. Bootjes zijn voor verveelde lieden die hun zondag doorbrengen op een stilstaande plas water waarin bij het begin van het seizoen enige tonnen murw geslagen vis zijn uitgezet. Met een wielerpetje van Lucien Van Impe en een doosje vleesmaden zitten zij daar eindeloos te staren naar een dobber die al even moedeloos wacht op een psychisch gestoorde brasem die ook wel eens wat spanning in de put wil en daarvoor vrijwillig een piercing door zijn bovenlip jaagt. De hengelsporter in kwestie scheurt dat ding er dan weer uit met een duistere kracht die mij ook wel eens overvalt als ik weer eens een bloedmooie juffrouw tegen het lijf loop die denkt dat een klinknagel onder haar neus een extra dimensie toevoegt aan haar al verblindende schoonheid.

Echte schoonheid zit echter in samenwerking. Zeker als het jonge kerels betreft die aan de onmogelijke taak beginnen om van een hoop gladgeschoren houten palen, een bol strokoord en een aantal plastic vaten een zeewaardig vaartuig te maken. Dat vergt immers leiderschap, communicatie, coördinatie en techniek. De technische kant was snel onder de knie. Hollanders zijn nu eenmaal wereldwijd bekend en geroemd om hun vermogen de wateren te bedwingen en de zeeën te bevaren. Op het vlak van coördinatie en leiderschap liep het wat vaker fout. Al onze jongens zijn geboren leiders en een dienende rol zit er niet echt in, alle inspanningen van de Jezuïeten ten spijt. Iedereen deed dus maar wat zijn eigen ding en de manier van communiceren hielp hen ook niet echt veel vooruit. Verbaal sterk, dat wel. Maar helaas ligt de nadruk op de dialectiek en de ars persuadendi vooral in de poësis en de retorica. Het resultaat was een kakafonie van krachttermen en verwensingen die al snel tot wanhoop leidde bij de dijkgraven. Wonderwel slaagden drie van de vier groepen erin een zeewaardig vaartuig te bouwen dat dan ook met veel enthousiasme de prachtige parkvijver werd opgeduwd. Wat nog leefde in dat stinkende putje ging er als een pijl uit een boog vandoor en wat volgde was een prachtig tafereel van wild in het rondspattende eend-achtigen die grondelden in het salmonellabad. Een slechtziende jager had er heel wat lood op verschoten.

Het schieten was echter voor een dag later. Want dan werden we wegwijs gemaakt in de wondere wereld van de primitieve jachttechnieken. De officieren die ons begeleid hadden bij het paintballen stonden nu klaar met pijl en boog, kruisboog en luchtbuks. Even was het lachen. Want met een boog pijlen schieten naar een papieren roos en daarna nog even hetzelfde doen met een veredeld loodjesgeweer (zoals het ding in Vlaanderen meestal genoemd wordt) is iets voor bezopen venten in dorpscafés en gefrustreerde papa’s op de plaatselijke kermis. Hier kon geen oversized knuffelbeer gewonnen worden noch een fles warme schuimwijn van de Lidl. Het ging louter om de primitieve mannelijke drang tot het vellen van een al even buitenmaatse grizzlybeer. Die zijn echter niet in grote getale aanwezig in de bossen tussen La Roche en Marche-en-Famenne dus zagen sommigen het rode cirkeltje in het midden van de roos dan maar als de aars van een volwassen everzwijn. Het beest in kwestie is echter vrij vrolijk naar zijn nest kunnen terugkeren want op een paar goed gemikte acupunctuurnaalden in de hammen van vriend Knor is hij nagenoeg aambeiloos de rest van de zomer doorgekomen. Echt spannend werd het toen een aantal van onze kadetten de Nederlandse militairen gingen uitdagen voor een potje precisiewerk met de luchtbuks. Dat bleek al snel een onbegonnen zaak. Enkele instructeurs hadden blijkbaar de Nederlandse Militaire School doorlopen en slaagden er zelfs in om blind en mikkend vanachter een patrouilletent moeiteloos enkele verstopte ballonnen kapot te knallen. Dit was echter geen eerlijke uitdaging want naar eigen zeggen hadden zij dit al eerder gedaan, met echte kogels en bij 65 graden. Plots dook mij daar het beeld weer op van mijn grootoom Maurice die met minstens evenveel gevoel voor overdrijving zijn heldendaden aan de IJzer beschreef. En net als wij toen aan ’s mans lippen hingen waren ook onze padvindertjes helemaal in de ban van deze Hollandse scherpschutter.

Omdat het er nu toch zo gezellig aan toe ging mocht iedereen wat rusten. De meerderheid koos echter voor een stevige wandeling van een half uurtje. Niet om de spieren warm te houden maar omdat ze ontdekt hadden dat in het iets hoger gelegen dorp een kruidenierswinkeltje gevestigd was waar men zowaar chips en frisdrank verkocht. Het wandeltempo lag beduidend hoger dan twee dagen eerder en ook de pijn in de kuiten was snel vergeten toen de zo gemiste vetten en suikers in overvloed naar binnen gewerkt konden worden.

‘Avonds was er de mogelijkheid om met de twee plaatselijke verantwoordelijken van Club Actif nog even de heuvels rondom het kamp in te trekken. Tot onze verbazing nam een ruime helft van de jongens deel. Achteraf gezien konden we ze geen ongelijk geven want er komen ons maar weinig meer romantische beelden voor de geest dan een fakkeltocht met twee mooie dames bij zonsondergang in een pittoresk landschap. Die avond werd er dan ook heerlijk geslapen, en dit keer had dat weinig te maken met de fysieke inspanningen. Het was de jongens trouwens gegund want de slotdag beloofde weer zeer zwaar te worden.

IMG_0104Het had de voorbije dagen vooral ’s nachts flink geregend waardoor er genoeg water in de rivier stond om ’s ochtends een kajaktochtje te doen. En dat werd een hilarische onderneming. Vooral voor de begeleiders. Want ondanks de uitgebreide briefing waarbij vooral de nadruk werd gelegd op de samenwerking tussen de twee inzittenden liep in de meeste boten de samenwerking volledig fout. Terwijl zij onderling kibbelden over wie zou sturen (en vooral hoe) en wie snelheid zou maken, begrepen wij elkaar bijna blindelings. Hoewel we als laatste vertrokken snelden wij op kruissnelheid het ene na het andere op hol geslagen vaartuig voorbij. Ondertussen uitgebreid genietend van de fantastische natuur. Ongeveer in het midden van de tocht lag er een moeilijke hindernis. Een watervalletje van twee keer niets maar door de plotse stroomversnelling kwam bijna iedereen in de problemen, ook wij. In tegenstelling tot verscheidene anderen zijn we echter niet moeten uitstappen en is ook onze kajak niet gekanteld. Daarna konden we in toeristentempo rustig verder kabbelen en bereikten we de finish bij de kopgroep. Met de nodige pijn in de schouders moesten de boten nog op een trailer gelegd worden maar de smaak van de triomf verzachtte de pijn.

Een snelle picknick leverde de nodige energie voor de slotuitdaging: een mountainbiketocht door de venijnige boerenbaantjes in de drassige bossen. Gelukkig namen de sportmonitoren ook hier hun verantwoordelijkheid en werd de groep ingedeeld in een kudde vermoeiden en een roedel onvermoeibare jonge honden. Uiteindelijk bleek die indeling misschien overbodig want de drassige ondergrond en de korte maar steile landweggetjes beten even hard in ieders kuiten. Gelukkig werd er veel variatie ingebouwd en was er af en toe ruimte voor een recuperatiemoment. Het was verdomd vermoeiend maar net als bij alle grote atleten bekroop ook ons de euforie van de volharding en de trots om een uitputtende week tot een goed einde gebracht te hebben.

Op de bus terug naar het college werd er dan ook heel wat gefilosofeerd. Het was een koude maar fantastische week geweest. Dit is ontegensprekelijk de manier om de examenstress uit de lijven te persen. Bovendien hebben wij hier een groep gezien die op een correcte en zelfs zorgzame manier met elkaar kan omgaan. En er is er niet een geweest die ons vertrouwen heeft beschaamd. En hoe vanzelfsprekend dit ook mag lijken, het was het niet. Want bij het begin van het kamp hadden wij maar een regel en een wens afgesproken. De regel was dat niemand het kamp mocht verlaten zonder onze toestemming. Wat niet gebeurde. En het was onze wens dat dit een fantastisch kamp werd voor iedereen, ook voor ons. Voor aanvang hoopten wij op een relax verblijf zonder dat wij moesten vervallen in opmerkingen of sancties. En op een kleine aanmerking hier en daar na is alles dan ook naar wens verlopen.

Er is dan ook niets mooiers dan de vakantie te kunnen inzetten met je beste maten in een uitgezakte tent op een zompige weide. Daar in een gehucht in de Ardennen is de leefgroep 3-4 veranderd in drievier, een groep maten.

Met dank aan alle jongens die van dit kamp een feest hebben gemaakt. En ook en vooral voor het vertrouwen en de vriendschap die wij telkens weer krijgen.

Maarten en Franky

 

En uiteraard ook van harte dank aan Mathilde, Claire, Evelien, Bauke, Maarten en alle andere mensen van Club Actif die ons een fantastische week hebben bezorgd.