Interview met Gilles Delporte, voorzitter leerlingenraad en volbloed intern

gillesEen koude en kletsnatte novemberavond in een strenge schoolrefter. Witte buislampen scheppen een steriele sfeer daarbij geholpen door betegelde muren in het gebroken wit van een buurtslagerij eind jaren vijftig. Op de achtergrond ruziën de jonge mussen van de eerste graad maar toch belooft het een stemmige avond te worden. Want voor mij zit Gilles Delporte, laatstejaars intern en sinds eind augustus ook voorzitter van de leerlingenraad.


Dag Gilles, je zit nu in het zesde jaar van de humaniora, hoe kijk je terug op zes jaar internaat?
Eigenlijk heel positief. Het is een evoluerend verhaal. Je start in de eerste graad en daar word je eigenlijk nog vrij kort gehouden. Door de jaren heen krijg je steeds meer vertrouwen en vooral meer verantwoordelijkheid. En dat ervaar je het beste in het laatste jaar.
Maar er is ook de extra dimensie die je binnen het internaat ervaart gedurende dat proces. Het is een extra impuls in de diepte van je ontwikkeling. Want kom je aanvankelijk terecht in een groep met grotendeels onbekende mensen dan ga je die groep al snel als een evidentie ervaren. En dan heb ik het niet over de evidentie van de aanwezigheid van de anderen maar over de evidente vriendschap die binnen die heterogene groep ontstaat. De anderen zijn niet lang zomaar de anderen, na verloop van tijd stel je vast dat je er ook werkelijk bent voor elkaar. Met het volwassen worden ga je ook op een andere manier naar mekaar kijken, je gaat steeds volwassener met elkaar om en je leert mekaar te appreciëren zoals je bent. Om die extra dimensie ten volle te kunnen ervaren is er echter een zeer belangrijke voorwaarde en die is dat je als groep volwassen moet worden. Als de groep aan maturiteit wint krijg je een sterke basis waarop iedereen te allen tijde kan terugvallen en dan is het ook niet zo erg als een individu eens wat achterop raakt, de kracht van de groep trekt die er immers op tijd weer bij.


Heeft het internaat een meerwaarde?
Op studieniveau is er zeker een meerwaarde. Die kan je in de eerste plaats vinden in het controlerende element van een internaatwerking. Aan de ene kant heb je de duidelijke dagindeling. Die komt zeker goed van pas direct na de lagere school. Want om eerlijk te zijn ken ik weinig of geen mensen die in de lagere school al echt hebben moeten studeren, laat staan dat dit gestructureerd gebeurde. Aan de andere kant is er de aanwezigheid van de opvoeders. De sterkte van de opvoeders op dit internaat zit hem in de manier waarop ze je bij het verwerken van de leerstof begeleiden. Ben je een vlotte werker die zijn verantwoordelijkheid neemt, dan kijken ze aan de zijlijn toe en houden ze het bij wat extra motivering en ondersteuning op jouw eigen vraag. Wanneer het echter dreigt fout te lopen grijpen ze vrij snel in. Dat doen ze vooral door preventieve maatregelen te nemen. Zo neemt Hugo in de derde graad af en toe laptops in bewaring voor de studie begint en ik werd door jou verplicht om naar de begeleide studie te komen toen het even de verkeerde kant uitging. Dat zijn zaken die je vooruit helpen vooral omdat ze als begeleidende maatregel worden genomen en niet als een sanctie.


Waar zit dan eigenlijk het grote verschil met gewoon thuis studeren?
Vooral in de structuur van het leven op internaat. Je hoeft je tijd niet zelf in te delen, dat heeft men al voor jou gedaan. Er is immers niets zo moeilijk, zeker als je net de basisschool uitkomt, als het maken van een goede studieplanning. En ook de rest van de tijd wordt voor je ingevuld. Tijdens je reis door de verschillende graden verwacht men wel dat je steeds meer van die tijd zelf gaat invullen waardoor die structuur eigenlijk nooit verstikkend wordt.
Je had het nu vooral over de meerwaarde op studievlak. Maar kan een internaat ook een meerwaarde betekenen op het vlak van persoonlijke ontwikkeling en algemeen maatschappelijke beeldvorming?
Dat vind ik wel ja. Je spendeert immers het grootste deel van je tijd in een groep. Maar je hebt niet zelf over de samenstelling van die groep kunnen beslissen en buiten het feit dat iedereen dezelfde leeftijd heeft, is het een vrij heterogene groep. Maar het is net de diversiteit van die samenstelling die een internaat zijn meerwaarde geeft op het vlak van persoonlijke en algemene ontwikkeling. Je bent immers verplicht om met elkaar te leren omgaan, er is geen alternatief. Bovendien zit je elke dag vrij kort op elkaar wat er voor zorgt dat je soms geconfronteerd wordt met de kleine kantjes van anderen. Maar zij ook met die van jou. En dus kan je maar beter manieren zoeken om daar samen aan te werken. Na verloop van tijd weet je echter wat je aan elkaar hebt en zie je dat iedereen positieve kanten heeft. Het leren waarderen van de ander zorgt ervoor dat je ook als groep volwassen kan worden.


Is dat iets wat je meeneemt als je het internaat verlaat?
Uiteraard. Nu, in de derde graad, heb ik meer dan ooit het gevoel dat wij eigenlijk voortdurend samenwerken. Het gevoel dat je binnen de groep eigenlijk hulp hebt aan iedereen en dat dit ook altijd in elke richting werkt. Bovendien heb ik binnen het internaat ook gezien dat er een grote mate van eerlijkheid en waarachtigheid is ten opzichte van mekaar, zeker in de derde graad. Daarvoor kan het wel eens mislopen maar dat heeft alles te maken met de leeftijd. Al moet ik zeggen dat ik ook in de lagere jaren altijd een groot vertrouwen heb gehad in de anderen. Weet je nog de jaren van de zogenaamde omerta in onze groep? We hadden mekaar op zulke momenten gemakkelijk kunnen verlinken maar niemand deed het. Niet uit angst of onder druk van elkaar, maar gewoon omdat we internen waren. En echte internen nemen het voor elkaar op en dekken elkaar als het nodig is. En dat gevoel is er nog altijd. Het is dit soort vriendschap en de manier waarop je mensen leert waarderen die ik na het college wil blijven koesteren. En daarnaast de voortdurende uitnodiging om je verantwoordelijkheid te nemen en het groeiende vertrouwen dat je daardoor krijgt. Doordat de opbouw van dat vertrouwen geleidelijk aan gebeurt leer je de waarde ervan beter inschatten en ga je er ook steeds meer zorg voor dragen. Vertrouwen geven en krijgen is een zeer belangrijk gegeven in je ontwikkeling.

Los van de grote waarden nu. Welke internaatverhalen vertel je onder de kerstboom binnen dertig jaar?
Dat zullen vooral kleine grappige situaties zijn. Van die momenten waarin je soms terecht komt zonder dat je ze zag aankomen. Ik denk dan aan een winteravond in het derde jaar toen het plots begon te sneeuwen. We zijn dan als gekken met de banken op de speelplaats beginnen sleeën en we hebben ons toen rot geamuseerd. Ik herinner me nog zeer goed hoe ver we de kleinste van de groep toen met zo’n bank over de sneeuw konden slingeren. Fantastisch. Een ander hilarisch moment was toen we met een hele troep internen kwamen vast te zitten in de oude lift hier op school omdat er een pipo net iets te vaak op het stopknopje had gedrukt. Of toen we bij het begin van dit schooljaar iemands kamer tot in het detail hebben nagebouwd op het terras. En waar ik zeker met plezier op terugkijk zijn de weekends die we deden met de groep vijfzes. Dat was voor iedereen echt genieten. Op de doopmomenten na, want die zijn natuurlijk minder aangenaam. Maar daar ga ik niet over uitweiden want het is toch vooral de positieve sfeer van de weekends die me bijblijft.


Iets anders nu. Naast volbloed intern ben je dit schooljaar ook verkozen tot voorzitter van de leerlingenraad. Wat wil je bereiken met die leerlingenraad?
Eerst en vooral wil ik vermelden dat het ook weer door de steun van het internaat is dat ik voorzitter ben geworden. De andere internen van vijfzes hebben toen een hele campagne opgezet om mij verkozen te krijgen en dat is dus ook gelukt. Wat de leerlingenraad betreft wil ik proberen om er een nieuwe dynamiek in te krijgen. Ik heb het gevoel dat het de laatste jaren vaak meer van hetzelfde was. Ik wil bijvoorbeeld samen met de anderen leden wat dingen opnieuw bekijken. De manier waarop de verschillende graden inspraak hebben bijvoorbeeld. Misschien moeten we overwegen om ideeën en vragen van leerlingen per graad te bekijken zodat er meer evenwicht komt in de machtsverhoudingen. Nu komen de leerlingen samen op hetzelfde moment en worden de lagere jaren vaak overroepen door de oudgedienden en eigenlijk kan dat de bedoeling niet zijn. Zo zijn er nog een aantal puntjes maar die bekijk ik dan wel met de mensen van de leerlingenraad zelf. Ik geloof wel in een nieuwe dynamiek want er is een grote gedrevenheid bij alle leden en iedereen werkt met veel enthousiasme samen.
 

En van de voorzitter wordt verwacht dat hij al die energie in goede banen leidt. Wat heb je daar voor nodig?
Voor je er aan begint moet je vooral goed nadenken over hoeveel tijd je wil en kan investeren. Ik besefte op voorhand heel goed dat ik er heel veel mee bezig zou zijn en nu moet ik vooral waakzaam blijven dat het werk voor de leerlingenraad vlot combineert met het schoolwerk. Daarvoor moet ik voor mezelf het overzicht bewaren maar ook het overzicht over alles waarmee we in de leerlingenraad bezig zijn, ook op drukke momenten. In de voorbereiding van het sinterklaasfeest bijvoorbeeld mag je niet vergeten dat er ook dingen moeten geregeld worden voor de honderd dagen. Dat kan alleen met een strakke planning en met vertrouwen in de anderen. Je moet aan de andere leden dingen kunnen doorgeven maar ook vooral zelf niet te beroerd zijn om in te springen waar nodig. En ten slotte moet je ook wel wat kunnen bemiddelen als je als leerlingenraad iets wil bereiken.


Welke aspecten uit het leven op internaat komen jou daarbij van pas?
Twee dingen. De manier waarop je leert omgaan met de diversiteit van mensen, maar daar had ik het eerder al over. Je leert je op internaat echter ook engageren. Niet alleen via de sociale projecten maar ook en vooral in de omgang met elkaar. Je moet samen met de anderen werken aan een positieve groep en dat vraagt van iedereen een zeker engagement.


En geëngageerd ben je volgens mij altijd al geweest. Ik herinner mij bijvoorbeeld dat je in het derde of vierde jaar zo blij was als een jonge hond die mee uit mag met het baasje omdat jullie vanuit de klasgroep een filosofieclub hadden opgericht. Hoe zat dat nu eigenlijk, en vooral hoe gaat het er nu mee?
Zeer goed. Die gekkigheid is ontstaan vanuit de gecombineerde klasgroep grieken en Latijn-moderne talen. In verschillende lessen kwam het vaak tot verhitte debatten als er ethische kwesties aan bod kwamen. Dus besloten we onder leiding van meneer Van Hecke een keer per week samen te komen om de dingen ruimer te bekijken. Maar al snel wist je op voorhand wel wie welke positie zou innemen. En net die sterke polarisatie maakte dat onze discussies uiteindelijk weinig resultaat hadden. Vervolgens kwamen meneer Bauwens en meneer Brabant al eens nieuwe dingen aanbrengen en nu is dat oorspronkelijke gegeven dus uitgegroeid tot een volwaardige filosofieclub onder leiding van meneer Brabant.


En wat moet ik me daar bij voorstellen? Onlangs passeerden Martin Heidegger en Jacques Derrida de revue, valt dat door iedereen te behappen?
Natuurlijk. Iedereen is welkom en moet kunnen meepraten. Je mag zoveel vragen stellen als je wil en meneer Brabant legt alles zeer duidelijk uit. Hij maakt ook aantekeningen op het bord of, wat nog beter is, hij vertrekt vanuit spelletjes of absurditeiten die de dingen plots heel wat helderder maken.


En wat houdt een gezonde jonge kerel daar aan over?
De zin om zelf nog verder te filosoferen. De drang om vaker bij de dingen stil te staan. Het zet aan tot dieper nadenken, het houdt je bezig.


Handig om de tijd te doden terwijl je groenten snijdt of verse mayonaise klopt. Want ik meen me te herinneren dat je ook graag kookt. En over eten gaat mijn slotvraag. Wat mag men jou voorschotelen als laatste avondmaal op het internaat, ervan uitgaande dat meneer De Ridder eens zotjes doet en de koks een onbeperkt budget ter beschikking krijgen?
Cordon bleu! Als symbool van mijn jarenlange kruistocht tegen de loempia die we hier jarenlang ’s avonds hebben moeten eten. Sinds ik er vorig jaar in ben geslaagd die van het menu te krijgen, heb ik die telkens daardoor vervangen. En het gaat me smaken!


Laat dan nu de nieuwe Gilles opstaan om ten strijde te trekken tegen de frikandel en het worstenbroodje! Merci en succes met de examens.