Internen Tweede Graad Sint-Barbara veroveren De Refuge

Internen Tweede Graad Sint-Barbara veroveren De Refuge – Franky Van Driessche – 08/02/2012

En todo amar y servir. Een van de hoekstenen uit de Ignatiaanse opvoedingsmethode. Ook binnen het internaat wensen wij onze jongens in die zin waarden bij te brengen en ze in de praktijk om te zetten. Soms lijkt dit een zware opgave gezien de doorsnee mentaliteit van de – ondertussen 36 – jongens die deel uitmaken van de groep tweedegraads internen. Zij leven vooral in het hier en nu, verwachten vaak een onmiddellijk invulling van hun wensen en verlangens en denken niet graag aan wat de toekomst kan brengen. Natuurlijk werken de meesten aan die toekomst, maar vaak op een manier die ook weer gericht is op een verzekering van het latere persoonlijke welbevinden. Veel geld verdienen, een prachtige wagen om mee te pronken of alle hightech die nodig is om altijd en overal in contact te blijven met hun al dan niet virtuele vriendenkring. Maar er is meer. En in zoveel mogelijke grote en kleine dingen doen wij een poging om ze ook daar te laten bij stilstaan. Eenmaal per jaar wordt daarom een kleine inspanning van die jongens verwacht. Klein wat de inspanning betreft – al zullen sommigen dat tegenspreken – maar groot wat de impact betreft op hun huidige persoonlijke wereldbeeld en de rol die ze daar kunnen in spelen. Wij vragen ze op initiatief van Hugo Costeur om een namiddagvullend programma samen te stellen waarmee we de woensdag voor de Carnavalvakantie naar rusthuis De Refuge aan de Coupure trekken. Als voorbereiding komt Hugo het opzet verduidelijken en een verhaal vertellen over de bewoners van het tehuis en de vergankelijkheid van het leven.

Elk jaar opnieuw merken we hoe de internen aandachtig luisteren naar dat verhaal. Een verhaal over hardwerkende mensen met een uitgebreide vriendenkring, een mooie job en een rijk gevuld leven waarin ze dromen realiseerden, kinderen en kleinkinderen de wereld in hielpen en meestal alles hadden waar ze op jonge leeftijd al naar verlangden. Maar de tand des tijds vreet aan ieder mens. De meeste senioren die straks op hun manier gaan genieten van deze namiddag zijn door de jaren terug gedrongen naar de soms claustrofobische ruimte van een kleine kamer, de beperking van hun rolstoel of de besloten omtrek van het ziekbed. Een aantal mensen zijn nog zeer clever, anderen kregen grote gaten in hun geheugen of verloren alle contact met de omgeving. Een lot dat velen van ons onvermijdelijk ook te wachten staat. Maar dat betekent niet dat zij die in dat eindstadium zijn terechtgekomen geen blijdschap meer kunnen beleven en niet meer zouden genieten van de lichtpuntjes die af en toe door het gebladerte dringen. Bovendien kan het bezoek van een groep jonge enthousiaste pubers hen in gedachten terugvoeren naar de zonnige dagen van hun eigen jeugd. Ze zien hun opgroeiende nakomelingen terug in de tuin spelen, dansen en bruisen in de kamers van de soms verlaten geest. Zij herinneren zich hun eerste stappen in de grote onbekende wereld, of ze trekken zich gewoon een middag op aan de vreugde die jongens van deze leeftijd zo aanstekelijk uitstralen. Daarom trekken wij twee woensdagen uit om te werken aan dat korte, maar door de bejaarden zeer gekoesterde moment.

Aanvankelijk zijn ze allen onder de indruk van het verhaal, staan zij zelfs even stil bij dit bestaan. Maar dan gaat men weer over tot de orde van de dag en moeten de begeleiders af en toe wat sleuren en trekken om dit project leven in te blazen of weer op de rails te zetten. Gelukkig beschikt deze groep over een uitgebreid arsenaal aan creatieve geesten die al snel aan de slag gaan en de jongens met een iets minder groot showgehalte toch over de streep trekken. De volgende weken wordt gebrainstormd, gedanst en geknutseld om er toch een prettige middag van te maken. Af en toe slaat de nervositeit toe of zijn er meningsverschillen, maar tegen de dag van de festiviteiten staan de meeste dingen op punt of wordt er nog koortsachtig gewerkt aan de laatste details. En dan kunnen we afzakken naar het rustoord waar die oude, voor sommigen zelfs vreemde wezens uitkijken naar onze komst.

Het grootste deel van de groep stapt op met een klein hartje, anderen maken net heel veel lawaai en een derde groep weet duidelijk met zichzelf geen blijf. Wanneer we het statige gebouw betreden zijn er dan ook al honderden vragen gesteld, opmerkingen gemaakt en tips uitgewisseld. In een kleine achterkamer, waar de groep zich kan omkleden, stijgt de spanning. Zeker als de bewoners worden langs gereden of ondersteund door het verplegend personeel hun plaats zoeken. Voor de ene intern komt de confrontatie met de realiteit harder aan dan voor de ander, maar op een of andere manier stijgt bij allen het besef dat ze hier iets kunnen betekenen. En dan is het moment aangebroken om de show op gang te schieten.

Dat startschot wordt gegeven door pianovirtuoos Edouard Dumoulin. Een jongen uit het vijfde jaar met aan elke hand tien vingers waarmee hij uit iedere piano de meest complexe muziekstukken tovert. De aandacht van de zaal is dan ook gelijk getrokken.  Als Edouard het klavier een voorlopige laatste mokerslag heeft toegediend betreden Thomas en Nicolas het podium. Zij zijn de MC’s deze middag en kondigen de eerste tweedegraadsinternen aan.

Die zijn aan het werk gegaan met het traditionele verhaal van Roodkapje. In een komische opeenvolging van allerlei gekke gebeurtenissen in het Sprookjesbos zetten Matthieu, Andreas, Simon en Jules geloofwaardige grootmoeders, wolven, jagers en een onschuldig meisje neer. Het publiek kan de prestatie smaken en is dan al zeer dankbaar voor de inspanningen die onze gasten hebben geleverd.

internaat refuge internaat refuge                                                       

Na de betovering uit het sprookje wordt het tijd voor het echte werk. Anton en Thomas hebben zich de voorgaande weken verdiept in de wereld van de illusie. Met enkele eenvoudige handelingen doen ze wat voor velen in de zaal onmogelijk lijkt. Anton trekt een sjaal los door zijn hals en Thomas laat een glas balanceren op een enkele opstaande speelkaart. Als je er dan ook nog in slaagt om een deel van een flesje water spoorloos te laten verdwijnen in een ter illustratie omgekeerd glas en je kan een kapot geknipte ballon toch opblazen, dan moet je wel een tovenaar zijn, of op zijn minst verdomd goed kunnen goochelen.  Decennia geleden had men al piskijkers en andere straffe mannen op dorpskermissen en in doorrookte zaaltjes van duistere herbergen, maar dat er ook in het college duistere krachten aanwezig zijn kon niemand hier vermoeden. Behalve Albert dan. Een stevige man die elk jaar van de partij is en honderden anekdotes kan vertellen over wat zich ooit allemaal afspeelde op de stoffige zolders en in de verborgen kelders van Sint-Barbara. De man is er dan ook dertig jaar actief geweest als inwonend personeelslid en praat nog steeds graag en met veel enthousiasme over die fijne tijd.

 internaat refuge internaat refuge                                

Om iedereen even te laten bekomen  van wat het goochelduo net heeft laten zien, krijgen we een kort muzikaal intermezzo. Jules, Jens en Sander brachten elk een gitaar mee en laten in een fijn samenspel zien hoe goed ze met dat instrument overweg kunnen. Het is sowieso al geen sinecure om gitaar te spelen, laat staan dat je dat eventjes met z’n drieën gaat doen. Als je bovendien weet dat een van de drie pas in september de eerste keer zo’n ding in handen nam, en dat het trio volledig uit autodidacten bestaat, dan kan men alleen respect hebben voor wat ze hier lieten zien. En dat respect was er zeker. Niet alleen vanuit de vaste bewoners, maar ook vanuit de internaatsgroep.

internaat refuge

Van de klassieke gitaar werd er vlotjes geswitcht naar een Vlaamse klassieker. Jimmy Frey is een nobele onbekende voor iedereen die geboren werd nadat de jukebox uit de betere plaatselijke kroegen verdween, maar dankzij de onsterfelijke hit ‘ Rozen voor Sandra ‘ zal zijn ster voor eeuwig aan het firmament schijnen. Waar ze het nummer nog hebben opgevist weet geen mens, maar Michiel, Alexander, Arthur en Ludovic namen het ding onder handen en verzonnen er een schitterende choreografie bij. Rozen werden uitgewisseld en met veel bravoure beelden ze ook de meest intieme liefdesverklaringen uit. Jongens onder elkaar, mooi. En ze hoeven er ook niet mee te zitten, want jaren later wist de gespecialiseerde pers ons te vertellen dat Jimmy het hier heimelijk over ene Sander had. Maakt ook niet uit. De zaal was mee, en hier en daar doken zelfs de eerste meezingende fans op.

internaat refuge

Omdat zoveel kalverliefde misschien nefast zou kunnen zijn voor het gevoelige seniorenhart gooide de groep het even over een andere boeg. Hoewel het ook hier niet aan jeugdsentiment ontbrak. Albert ( niet de man die uren kan kouten over zijn verleden op het college, maar een intern uit het hier en nu ) en Raphaël maakten een selectie uit de poëzie van Guido Gezelle en andere groten uit de Nederlandse literatuur, en brachten die op overtuigende wijze naar hun publiek. Je zag mensen in gedachten terugkeren naar de tijd dat ze zelf voor de klas stonden om onder toezicht van een strenge meester telkens weer te struikelen over het Beschaafd Nederlands uit die periode.

internaat refuge

 

Van de ene dichter naar de andere, zij het iets moderner. Jaren geleden schreef de Gentse bard Luc De Vos immers het alom geprezen nummer ‘ Mia ‘. Een wondermooi nummer dat niet meer is weg te denken uit het overzicht van de allergrootste rocksongs aller tijden. Leander, Loïc, Edward en Koenraad brachten het nummer. Ze kozen bewust niet voor playback, maar wilden het liedje zelf zingen.  Het viertal had hier weken lang bijna dagelijks voor geoefend en bedachten er ook eigen danspasjes bij. Tijdens de laatste repetities en ook bij de generale bleek het een schot in de roos. Ze kregen bovendien een pak positieve commentaar vanuit de rest van de groep. Op het podium van het rusthuis gingen ze er opnieuw vol voor, hoewel de zenuwen toch wat knaagden. De akoestiek van het zaaltje en het feit dat de muziek vrij luid moest staan om ook de hardhorende bewoners te laten genieten deed wat afbreuk aan de prestatie van de jongens. Maar die werden daarom niet minder bewonderd voor wat ze deden. Als je als veertien- vijftienjarige kerel een dergelijk gevoelig lied live durft te zingen voor een zaal vol onbekenden, waarvan het publiek dan ook nog voor een deel bestaat uit leeftijdsgenoten die niet de gewoonte hebben om voorzichtig met opmerkingen om te springen, ben je beslist geen watje. Respect jongens.

internaat refuge

Over watjes gesproken. De volgende groep koos voor een nummer van Christoff, de Vlaamse schlagerzanger van het moment.  Zelfs in Duitsland vallen overrijpe vrouwen momenteel bij bosjes in katzwijm voor deze Asterixiaanse bard, hoewel de man zelf  het uiteraard meer heeft voor fris geföhnde heren. Floris, Mattiece, Pierre, Remi en Simon bedachten er enkele fijne danspasjes bij en zetten de zaal in vuur en vlam met Sweet Caroline. Omwille van de technische beperkingen van het publiek bleef de polonaise weliswaar uit, maar gesteund door de MC’s van dienst kregen ze de handen toch in de lucht. En waar een aantal bewoners hier al gretig inpikten op de bekende melodie, zou het volgende nummer helemaal voor herkenning en nog meer feel good zorgen.

internaat refuge

 

Gilles, Manu en Yang keerden immers terug naar de nostalgie van de jaren vijftig. De periode waarin vader zelfs bij stormachtig weer de zolder op klom om de televisieantenne te richten en op die manier een zo scherp mogelijk beeld van de uitzendingen van de NIR op het scherm te garanderen. Het waren de gloriejaren van Toni Corsari. En uit het oeuvre van de man brachten de jongens het voor die tijd ongetwijfeld stoute ‘ Mini-rokje ‘. Het valt niet mee om een strijkplank aan het dansen te krijgen, maar op een of andere manier slaagden de jongens er toch in hun zenuwen en hun gebrek aan souplesse ter hoogte van de heupstreek te overwinnen en voerden zij de zaal toch mee naar memorabele beelden uit de oertijd van de Nationale Omroep.

internaat refuge

Om helemaal de nostalgische toer op te gaan volgde een uitvoering van het stokoude kinderlied ‘ Al die willen te kaapren varen ‘. Het betrof hier een iets modernere versie, vocaal ondersteund door de godfather van het Vlaamse theater Jan Decleir. En in navolging van deze grote acteur zetten ook Matthieu, Branco en Pieter-Jan  een zeer geloofwaardige Jan, Pier en Tjores neer. Korneel die het trio normaal vervoegd in het lied was even op rust gesteld na het knutselen aan de prachtige boot die de jongens hadden meegebracht. Om de zaal een gevoel te geven van het zware weer op zee brulden de overige internen in de achtergrond onvervaard mee.

internaat refuge

Om de storm volledig door de hoofden te blazen werd afgesloten met een gigantische schlagermedley. Frans Bauer, Eddy Wally en andere grootheden uit het genre volgden elkaar in een razend tempo op tijdens het optreden van JC, Matisse, Anthony en Baptiste. Vooral de uit zijn vliegmachine springende Wally kende veel bijval bij het publiek.

internaat refuge

Na de jongens van de tweede graad brachten ook de jongens van het vijfde jaar nog twee nummers. De eerste groep zocht het rockgenre op, de tweede pakte het wat zwoeler aan met een meer zuiders nummer. Maar allebei gingen ze voor erotiek in de vorm van halfontblote basten of de look van een gladde Italiaanse ober. Vooral het vrouwelijk publiek kreeg het hier warm van. Al moet gezegd dat ook de bloedhete feestzaal daarmee te maken kon hebben.

En dan, na een prachtig uitgevoerd pianostuk van Axel uit het zesde jaar was het tijd voor de jaarlijkse apotheose. Naar goede gewoonte wordt de namiddag immers elke keer afgesloten met een algemene samenzang. Klassieke kinderliedjes uit lang vervlogen tijden worden dan door het gelegenheidskoor van de tweede graad vanonder het stof gehaald, en met een verfrissende bries het publiek ingeblazen. Mijn haan is dood, Vrolijke Vrienden, Mieke houdt u vast, allemaal passeren ze de revue. Bij de stemtest voor het liedje ‘ Komt nu vrienden ‘ brak een dame, die de rest van de middag schijnbaar onbewogen het spektakel had gevolgd, even de stilte en zong uit volle borst de twee volgende regels van het nummer mee. En het is vooral zo een kort moment van herkenning, zo een summiere oplichting van het geheugen dat deze namiddag telkens weer de moeite waard maakt.

Deze momenten worden door de bewoners gekoesterd, met veel liefde en appreciatie omarmd en telkens weer met een enorme dankbaarheid gewaardeerd. Dat blijkt ook telkens weer uit de reacties achteraf. Een aantal mensen liet immers ook nu weer weten al uit te kijken naar het carnaval van volgend jaar, en hopen dat de internen ook dan weer van de partij zullen zijn.