Internen Tweede Graad schrijven geschiedenis

Een legende waart al decennia door het college. Een mythisch verhaal dat in leven wordt gehouden en doorgegeven van generatie op generatie. Het is een epische vertelling over twee partijen die tegen elkaar ten strijde trokken. Niet op de Groeningekouter. Niet in Waterloo. Wel in Gent. Geen Concessio Carolina dit keer, maar de vernedering zou minstens even groot geweest zijn. De leerlingen van het Sint-Lievenscollege zouden onze jongens immers ooit totaal afgemaakt hebben in een potje internaatsvoetbal. Een score van twintig tegen een. Of dat ook historisch juist is kon tot nog toe niet worden geverifieerd.

Maar iets maakt dat ook de huidige lichting nog steeds op zoek is naar eerherstel. En die kan er komen na een uitnodiging voor een nieuw duel. We trekken ten strijde met mannen uit een stuk. Beren. Gladiatoren. Als het moet maken we er een traditionele Chinese Kemari van. Lekker ballen met het afgehouwen hoofd van de tegenstander. Op de spelersbus, net voor het betreden van het strijdperk, declameren we dan ook nog even snel de woorden van Achilles voor hij met zijn Myrmidonen de stranden van Troye aanvalt: ‘Do you know what’s there, waiting beyond that beach ? Immortality. Take it, it’s yours.‘

Maar wat een teleurstelling als we de arena betreden. De heilige velden vertonen al lang niet meer de kwaliteiten uit de legende. We wanen ons eerder op de grasmat van Jan Breydel. Het gemillimeterde gras van weleer lijkt momenteel eerder huisvesting te bieden aan een familie mollen met de afmetingen van een uit de kluiten gewassen Duitse dog. Waar ooit fijn geweven doelnetten hingen gaapt nu het grote niets. En in de middencirkel heeft men blijkbaar werken gestart voor de aanleg van een petanquebaan. De dug-out straalt de tristesse uit van een vergeten grafzerk en de clubkantine werd blijkbaar ingericht door brocanterie Fernand. Maar goed. De tegenspelers schitteren wel in een onberispelijke outfit, weliswaar naar rugbydesign.

Sportief heeft het allemaal veel minder om het lijf. Op een handbalveldje in de marge van het hoofdterrein treden de jongens van het derde jaar aan. Gelukkig tellen wij veel West-Vlamingen in de rangen. Jongens die samen met vlas en bieten aan de wakke aarde ontsproten. Kerels die de IJzer door de aderen hebben stromen en, Kaaskerke indachtig,  hier geen morzel grond willen toegeven. De score blijft dan ook in evenwicht.

Ondertussen laat de andere helft van het derde jaar geen spaander heel van de tegenstanders die zij bekampen. Hun wedstrijd wordt gespeeld op een veld dat doet denken aan de dorpswegen tussen Marche-en-Famenne en La Roche: een wat absurde mix tussen asfalt en koppig Waals gras. Maar averechtse ondergrond of niet, de opponenten worden met droge zes-nul cijfers terug naar af gestuurd.

Op de grote akker staat op hetzelfde moment de topaffiche geprogrammeerd. Het vierde jaar vecht er als leeuwen om een plaats in de geschiedenis. Op deze wei wordt de mythe voor eeuwig uit het geheugen gewist. Een zeer sterk collectief voert de druk steeds verder op en wanneer de fluitketel het eindsignaal heeft staat er 1-4 op het bord. Legende achterhaalt. Twaalf nieuwe goden in het diepst van hun gedachten. ‘ Myrmidons, my brothers of the sword, I’d rather fight beside you than any army of thousands. ‘    

Citaten uit Troy, Warner Bros. 2004