Internen Tweede Graad lanceren senioren in cyberspace

Als wij onze jongens de vraag stellen waar zij ooit hun oude dag willen doorbrengen dan leiden hun dromen naar het landgoed van Hugh Hefner of de stranden van de Iberische costa’s. Er is waarschijnlijk niemand te vinden die zichzelf spontaan een plaatsje in het rusthuis toewenst. Huize Avondrood, Het Tempelhof of Rayon de Soleil zijn dan ook geen hippe plaatsen waar senioren heupwiegend het leven uitzwaaien. We linken ze eerder aan kuchende burchten waar sanseveria’s de laatste hoop op zuurstof zijn. Of hebben we het fout en swingt er toch iets achter die duffe gevels? Een tiental internen kon zelf ondervinden dat de bejaarden van vandaag niet noodzakelijk voor het raam zitten te wachten op wat niet meer komen gaat. En dat ging zo.
Begin november of daaromtrent kregen we een uitnodiging om in een project te stappen dat senioren moest vertrouwd maken met het internet. Men had een netjes opgestelde handleiding voorzien waarbij in negen lessen niet alleen werd aangeleerd hoe men een computer moet aan zetten maar gelijk ook email, surfen op het web, Skype, YouTube, Facebook en digitaal fotograferen door de strot werden geramd. Om al deze cybergekheid aan de bejaarde te brengen moesten we op zoek naar een aantal mensen die daar verstand van hebben. Gelukkig zitten we op dat vlak op een goudader want jongeren zuigen als larven het sap uit de Apple-boom. Acht van onze gasten werden dan ook bereid gevonden om vrijwillig in dit initiatief te stappen, zij het met klamme handjes.
Een rusthuisbewoner is in de beleving van deze jonge gasten immers een vliesvleugeltje op een stoffige vensterbank, extreem fragiel en ontdaan van alle leven. Een bark op een woelige zee. Hoe zouden zij daar mee omgaan? Hoe krijg je iets in een hoofd dat alleen nog maar vergeet? Hoe bedien je een computermuis met verdorde handen? En hoe geraak je met een deux-chevaux veilig op de informatiesnelweg? Heel veel vragen en heel veel zorgen.

7En die bleken al snel voor niets nodig. Want van bij de eerste ontmoeting hing er magie in de lucht. De bewoners die op ons aanbod waren ingegaan hadden niets vandoen met plantjes uit een verwaarloosde moestuin. Dit waren stuk voor stuk gedreven en zelfbewuste mensen die met veel enthousiasme het digitale tijdperk gingen instappen of er op zijn minst kennis mee wilden maken. Bovendien wist elk van hen precies wat hij uit de lessen wou halen. Dit maakte dat de netjes opgestelde handleiding bijna onmiddellijk aan de kant werd geschoven en dat de partners samen een eigen parcours kozen. En dat betekende dat er heel verschillende onderwerpen aan bod kwamen.
4Zo was er de bereisde dame die wou leren telefoneren met Skype. Ze had kinderen die waren uitgezwermd over verschillende werelddelen en ze vond het fantastisch dat je tijdens het bellen de persoon aan de andere kant van de lijn ook daadwerkelijk kon zien. Een beeld zegt immers vaak veel meer dan woorden en om op regelmatige basis nog verre reizen te maken vond ze zichzelf nu echt wel te oud geworden. Nochtans had ze op haar drieënnegentigste nog steeds de wulpsheid en de scherpe geest van een jong meisje.
10Die scherpe geest viel trouwens bij verschillende personen op. De meesten hadden het wel vaker over schemer in de kamer van het geheugen maar tijdens de lessen waren de meesten toch wel bij de pinken. Zoals de meneer die alles wou weten over tekstverwerking. Hij had zich al z’n hele leven vastgebeten in tekst en lay-out en zou nu ook de nieuwe technologie onder de knie krijgen. Uit zijn hele wezen sprak oog voor detail en de drang om te weten. Niet om te pochen maar uit liefde voor de wetenschap en vooral de taal. Nog dagelijks schreef hij grote en kleine tekstjes maar zijn Olivetticomputer van begin jaren tachtig liet het afweten en dus behielp hij zich nu met wat knip- en plakwerk en vooral heel veel uitstapjes naar het kopieertoestel. Op die manier houdt hij blijkbaar al jarenlang een soort archief bij met een schat aan informatie over zijn verleden.
Ook een aantal andere mensen leek via het internet op zoek te willen gaan naar documentatie om hun eigen geschiedenis secuur bij elkaar te kunnen puzzelen voor de schemering duisternis werd. Bij verschillende zoekopdrachten bleek dat de Tweede Wereldoorlog ondanks de Bevrijding in de meeste hoofden is blijven woeden. Ook informatie over kameraden uit die periode was belangrijk net zoals gegevens over het dorp van toen en het verenigingsleven waar men ooit deel van uitmaakte.
Wat het heden betreft leek men vooral op zoek naar het leggen van contact. Aan de ene kant met vrienden en familie via het aanmaken van een emailadres of een korte introductie in de werking van sociale media. Aan de andere kant ook met ons.
Want wat oorspronkelijk was opgezet als een computerproject werd eigenlijk vooral een sociaal gebeuren. Aan de basis daarvan ligt onmiskenbaar een groot wederzijds respect tussen onze gasten en de senioren. En in de loop van de weken is dat alleen maar gegroeid. Een aanzienlijk deel van de vooroordelen die in de aanloop naar de eerste les nog zweet tussen de vingers had veroorzaakt werd op dag een stuk geschoten door het enthousiasme waarmee onze gasten door de bewoners van de Refuge werden ontvangen.
De drive waarmee deze mensen elke week naar de les kwamen en de onbevangen manier waarop de jongens met hen omgingen zorgde voor een grote toenadering tussen twee generaties die eigenlijk nooit met elkaar in contact komen. In die zin is het project dan ook een ongelooflijk succes geworden. Want iedereen die bij die lessen betrokken was, zowel leerling als leraar, heeft daar enorm veel bijgeleerd. Een beetje op het vlak van informatica maar nog veel meer op het vlak van wederzijds begrip en waardering voor wat eerst zo anders leek.
En die groeiende verstandhouding heeft er alvast voor gezorgd dat het beeld van de broze vliesjes werd bijgesteld. Senioren kunnen ook sterke paarden zijn. Door het nemen van een aantal hoge oxers hebben ze misschien wat aan sprongkracht verloren, maar ze blinken nog altijd gracieus en elegant wanneer ze de piste betreden. Men hoeft het venster dus nog niet te sluiten wanneer ze ’s avonds trots de kokardes bekijken want een volbloed heeft zuurstof nodig, ook als het gaat schemeren.
Met dank aan Victor, Alexander, Guillaume, Matthieu, Arthur, Albert, Baptist, Georges en Julius voor de wekelijkse inzet en de verwondering.