Hoe kun je een puberteitscrisis onderscheiden van ADHD? Feiten en fictie omtrent ADHD voor, tijdens en na de puberteit

Lezing van Prof. Dr. Evert Thiery – Universiteit Gent, dd. 26 september 2013

Inleiding

Binnen deze lezing spreken we over iets heel belangrijks, iets subtiels: ADHD.
ADHD staat voor Attention Deficit Hyperactivity Disorder en betreft een ‘subtiel teveel’ dat nochtans (heel) storend is voor de eigen ontwikkeling en de interacties met de omgeving. Het brede prikkelveld waar we de dag van vandaag mee geconfronteerd worden, vergt van ons dat we onze aandacht constant spreiden en dat we er betrokken en intens bij zijn. Dat vergt dan weer flexibiliteit en een psychische dynamiek. Wie niet deelneemt, blijkt algauw uit de sociale boot te vallen.

Bij ADHD spreken we over een stoornis (disorder) dat het teveel is van iets dat normaal voldoende aanwezig moet zijn. De grens tussen normaal en gestoord is subtiel.
Daartegenover staat een puberteitscrisis die een vormende betekenis blijkt te hebben; een ‘noodzakelijk kwaad’.

Het is niet zo gemakkelijk om deze twee begrippen bij pubers uit elkaar te houden. Daarom is het belangrijk om feiten en fictie van elkaar te onderscheiden. Gezien deze twee beelden sterk op elkaar lijken, moeten deze netjes afgebakend worden om ze correct psychopedagogisch en waar nodig medisch aan te pakken.

Er is gekozen om voor deze lezing ADHD en zijn kenmerken uit te werken en er telkens de puberteit tegenover te plaatsen.

Uiteenzetting

De vraag die we ons kunnen stellen is waarom een puberteitscrisis en ADHD zo op elkaar lijken.

  1. De kernsymptomen

De 3 kenmerken waaraan iemand moet voldoen om het ‘label’ ADHD te krijgen zijn:

  • Inattentie: de aandacht niet kunnen sturen
  • Impulsiviteit: het gedrag niet kunnen sturen, impulsen niet kunnen onderdrukken
  • Hyperactiviteit: ongepast druk, hinderlijk onrustig of continu rusteloos zijn

De volgende diagnostische criteria gelden voor ADHD:

  • Vroege start: ADHD wordt duidelijk voor de leeftijd van 6 jaar
  • Meerdere settings: ADHD manifesteert zich in verschillende contexten (dus niet enkel op school of niet enkel thuis)
  • Ernstig: ADHD is een stoornis, het is ‘ziekelijk’, d.w.z. dat het leven er anders zou uitzien ware het niet aanwezig
  • Dichotoom: ADHD heb je wel of niet (en dus niet ‘een beetje’)

Bepaalde kenmerken zoals onhandigheid, gebrek aan planning, stout zijn,… kunnen samen met ADHD voorkomen, maar deze maken geen deel uit van het kernbeeld van ADHD.

Soms staat de hyperactiviteit wat op de achtergrond. Men geeft zulks dan aan met de afkorting AD(H)D.

  1. De levensloop

De symptomen van ADHD (inattentie, impulsiviteit en hyperactiviteit) evolueren met de leeftijd. Ze kunnen gelijk blijven (1/3), verminderen (1/3) of verdwijnen (1/3). Er is dus ongeveer een kans van 1/3 dat ADHD op volwassen leeftijd op stoornisniveau blijft voort bestaan. 3 à 6% van de jongeren heeft ADHD terwijl dit 1 à 2 % is bij de volwassenen.

Wat is het onderscheid met een puberteitscrisis?

De puberteit is een fase in je leven waar je je eigenheid begint te vinden en ware vriendschappen begint te ontdekken. Het is vaak een emotioneel turbulente levensfase. Door de verschillende componenten te bekijken, kan je uitmaken of er sprake is van een puberteitscrisis of van ADHD. Een puberteitscrisis is tijdelijk, leeftijdsgebonden en eigenlijk in functie van ‘een goed doel’. ADHD daarentegen is een ‘stoornis’ vanuit de jeugd, vanuit de kindertijd aanwezig of in de puberteit opflakkerend.

  1. De psychologische kernproblematiek

Er zijn verschillende theorieën over ‘waar het bij ADHD om draait’. Wat ligt er onderliggend aan die inattentie, impulsiviteit en hyperactiviteit?

  • Theorie van de inhibitie (beheersing): kinderen met ADHD kunnen niet stoppen, kunnen niet zeggen: ‘Stop, ik…’
  • Executieve dysfunctie (zelfsturing): kinderen met ADHD functioneren meer op automatische piloot en kunnen niet executief plannen (‘ik doe het zo’)
  • Delay aversion (onmiddellijke respons): kinderen met ADHD kunnen niet wachten, het centrum van onmiddellijke bevrediging is dwingend ingesteld
  • State regulation (preparatie): kinderen met ADHD zijn niet paraat, niet op de voorhanden problematiek voorbereid en correct ingesteld.

Wat is het onderscheid met een puberteitscrisis?

Qua symptomen zijn ADHD en een puberteitscrisis soms zeer gelijkend maar qua oorzaak zijn ze totaal verschillend: respectievelijk een neuropsychologisch ‘tekort’ en een ‘tijdelijke chaos’ in brein en geest.

  1. De oorzaken

Bij ADHD is er sprake van een grote erfelijke bepaaldheid (zo’n 70-75%). Het is echter ook interactief bepaald: de omgeving (bv. 'een slechte opvoeding’) kan mee de aard en de ernst van de stoornis bepalen.

  1. De research

Een stoornis in de ontwikkeling van de hersenen (in het bijzonder in de voorhoofdskwab) zorgt ervoor dat iemand ADHD heeft. Het gaat om kleine, erfelijke ‘tekortjes ‘in de frontaalkwab die ertoe aanleiding geven dat er geen sturing is op aandacht, impulscontrole, … Transmittoren die daarbij een belangrijke rol spelen zijn dopamine en noradrenaline. Zodoende zijn er medicijnen die dat tekort helpen corrigeren (bv. Rilatine, Strattera, …).

Daartegenover staat dat er in de puberteit op een gezonde erfelijke manier tijdelijk iets ‘in herorganisatie’ is in de voorhoofdskwab. Er wordt dus in de puberteit afstand gedaan van kinderlijke patronen van inhibitie, executief gedrag. Men komt via deze afbreuk van het ‘ik in functie van mijn ouders’ naar een eigen identiteit.

ADHD en puberteitscrisis zijn heel verschillend qua duur en oorzaken maar gelijken op elkaar omdat er in de hersenen, tijdelijk weliswaar, analoge fenomenen plaatsgrijpen.

  1. De diagnose

De diagnose van ADHD kan gebeuren op basis van een aantal onderzoeken:

  • De symptomen (DSM, ICD) onderzocht door specialisten via anamnese, gesprek en observatie
  • Interviewmethodes (Scid)
  • Vragenlijsten (Kooij, Connors)
  • Scans en andere (hersen)onderzoeken waar nodig
  • Tests (Stroop kleur-woord test) in het kader van een psychodiagnostische analyse.

Het onderscheid ADHD/problematische puberteit/puberteitscrisis wordt vaak op grond hiervan gemaakt.

  1. De probleemvelden

De 3 kernsymptomen van ADHD kunnen verder evolueren van de puberteit naar de volwassenheid.

  • Van aandacht naar chaos: de onaandachtigheid wordt meer een chaotische levensstijl
  • Van overbeweeglijkheid naar rusteloosheid: bv roken, nagelbijten
  • Van impulsiviteit naar onbeheerst zijn: zijn plaats in de maatschappij niet vinden, een outsider worden of blijven, zich niet existentieel weten te realiseren.

De problematische puberteit kan de start zijn van een blijvende problematiek in de volwassenheid doch zal veelal wijken voor een gezonde volwassenheid, zeker zo ze goed begrepen, opgevangen en ondersteund wordt.

  1. De aanpak

Er zijn verschillende manieren om ADHD en een puberteitscrisis aan te pakken.

Voor ADHD: medicatie, coaching, psychopedagogisch advies, behandeling, begeleiding en zo nodig revalidatie en psychotherapie.

Voor ADHD en een puberteitscrisis: vast en zeker medische, psychologische, sociale en educatieve ondersteuning.

Voor iedereen en in het bijzonder voor de besproken risicogroepen:

  • Tijd maken voor
  • ontmoetingen met anderen … en jezelf
  • verandering … aandurven
  • laag zelfbeeld … wegwerken
  • Opvang thuis
  • sturing
  • progressie in de verworven vrijheden
  • fundamenteel vertrouwen!