Het DNA van de jezuïet

Op zaterdag 23 maart 2013 verscheen in De Tijd naar aanleiding van de pausverkiezing een artikel onder de titel ‘Het DNA van de jezuïet’. Twee oud-leerlingen van ons college werden binnen de muren van hun oude school gevraagd naar de karakteristieken van de ignatiaanse opvoeding: Herman Van de Velde (ret 1972), CEO van het lingeriebedrijf Van de Velde en Vincent Van Quickenborne (ret 1991), politicus en burgemeester van Kortrijk. Luc Coene, gouverneur van de Nationale Bank moest verstek laten gaan omwille van de crisissituatie in Cyprus. Ter vervanging kwam Bart Verhaeghe, oud-leerling van het Jan-van-Ruusbroeckcollege in Laken (ret 1984), initiatiefnemer van Uplace en voorzitter van Club Brugge. ‘Nog nooit hebben we mensen zo gepassioneerd over hun humaniora horen praten’, merken de journalisten op. We geven een korte samenvatting van het gesprek aan de hand van enkele opmerkelijke citaten weer (het volledige artikel is te vinden op de schoolwebsite).

Het gesprek is nog maar begonnen of de welhaast mythische pater Daniël Vandenbunder komt al ter sprake: “Een onvoorstelbaar inspirerend man!”, vertelt Herman Van de Velde. “Een legendarische figuur. Hij doceerde zowat alle vakken in het laatste jaar. Een handboek of nota’s had hij zelden bij. Wel teksten van Griekse auteurs. Hij leerde ons Hugo Claus kennen. In de jaren zestig was dat revolutionair. En hij maakte ons op een toegankelijke manier warm voor het existentialisme. Ik heb op deze school meer filosofie geleerd dan later aan de universiteit.” ‘De anderen knikken. Hun leerkrachten waren stuk voor stuk grote persoonlijkheden. Het is een van de basispijlers van het jezuïetenonderwijs: leerkrachten zijn mentors. Het moeten zonder uitzondering inspirerende mensen zijn, die niet alleen kennis overbrengen, maar hun pupillen ook naar een hoger niveau stuwen. Die hen uitdagen en met hen in dialoog treden. Die hun wereldbeeld vormen én hun karakter.’

‘Daarop worden ze gescreend, had directeur Pierre Vinck ons zonet nog verteld. “Vanuit de koepel worden leerkrachten van nabij opgevolgd. De jezuïeten doen aan permanente kwaliteitsbewaking. Voor elk vak hebben ze een specialist die leerkrachten komt evalueren en coachen.”’

Het doel van de opvoeding werd onmiddellijk duidelijk gemaakt: ‘“Αἰὲν  ριστεύειν, altijd de beste zijn.” Van de Velde wijst naar het bord. “Vandenbunder schreef die woorden in het Grieks neer op de eerste schooldag van de retorica. Het is één van de kernwaarden: plus est en vous. Streef naar uitmuntendheid, in wat je ook doet.” Heb ambitie. Voor een ondernemer niet onbelangrijk, vindt Van de Velde. “Wees streng voor jezelf, dat heb ik hier geleerd. En ook: leg de lat steeds hoger. Blijf studeren en bijleren, je leven lang. Rust niet op je lauweren.”’ Van Quickenborne vult aan: “Een afschuwelijke allergie voor middelmatigheid: dat hebben ze mij hier ingelepeld. Daarom ben ik verontrust over de op til zijnde hervorming van het middelbaar onderwijs. Met een brede eerste graad tot 14 jaar dreig je alles te herleiden tot eenheidsworst. De verschillen zullen uitvlakken, dus de drang naar excellentie ook. Terwijl we dat juist moeten koesteren. Dat stoort mij echt: we aanvaarden dat mensen excelleren in de kunst of in de sport, maar niet op intellectueel vlak. Dan wordt het elitair genoemd.” ’ ‘Ze hameren erop, allemaal: het jezuïetenonderwijs heeft niét tot doel een elitaire kaste af te leveren. Integendeel. “Als je hier buiten komt, dan verwacht de maatschappij iets van je. Dat was de expliciete boodschap”, zegt Van Quickenborne. “We moesten agents of change zijn. Verantwoordelijkheid nemen.”’

‘“Jij bent met veel talenten geboren, het is nu je verdomde plicht iets terug te doen voor de maatschappij. Dat werd er echt ingestampt”, zegt Bart Verhaeghe. “We kregen veel vrijheid, maar daar stond altijd die verantwoordelijkheid tegenover. Wat je ook zou worden later: stel je dienstbaar op. Zorg voor anderen.” Verhaeghe vertelt een anekdote. “Wij kregen veel vrijheid. Over de middag mochten de vijfdes en de zesdes de stad in, maar we moesten stipt om één uur terug zijn. Ik was vaak te laat. Op een dag moest ik bij de directeur gaan. Ik had een uitbrander verwacht, maar hij was heel kalm. Hij legde uit dat ik geen respect had voor de prefect aan de poort, die een ‘blauw briefje’ moest schrijven voor de laatkomers. “Jij zult die man zijn functie wellicht nooit uitoefenen, maar je minacht zijn job door je gedrag. Die man krijgt het daarvan aan zijn hart.” De manier waarop de directeur dat had aangepakt, overdonderde mij. Hij nam me serieus en wees me op mijn verantwoordelijkheid. Daarna kwam ik altijd op tijd.”’

Toch zijn ook enkele kritische geluiden te horen: ‘de weg naar excellentie en leiderschap liep niet over rozen’. Van de Velde: “Ik zie mensen rond mij die gefaald hebben bij de jezuïeten, omdat ze niet in de pas konden lopen. Maar het zijn toch succesvolle zakenmensen geworden, juist door hun eigenzinnigheid. Dat laat bij mij toch een dubbel gevoel na. Zoals mijn oudste broer: twee keer buitengegooid, in Gent en in Aalst. In veel gevallen is dat echt zonde geweest.”

Er stond wel veel tegenover: ‘wie het kon volmaken, is er zonder twijfel sterker uitgekomen. Je leerde wat volharding en discipline was. “Grondigheid”, vervolgt Van Quickenborne. “Geen kwantiteit maar kwaliteit. Leren omgaan met vrijheid en verantwoordelijkheid.” Met dat idee van Bildung, of een brede persoonlijkheidsvorming tot weerbare, kritische burgers, gaan de jezuïeten nog steeds bewust in tegen de trend dat het onderwijs steeds praktischer moet worden.’

‘Of er een soort old boys network bestaat van alumni, vragen we. De heren schudden het hoofd. “Geen netwerk. Maar je haalt een jezuïet er wel meteen uit.” “Je belt iemand van wie je weet dat hij op je school heeft gezeten, en er is meteen die herkenning,” zegt Verhaeghe. “Je hoeft het zelfs niet uit te spreken.” ’ Herman Van de Velde vult aan: “Je voelt toch ook hoe diep het er bij ons allemaal in zit, niet?” Die drang naar grondigheid, naar kritische reflectie. Dat verantwoordelijkheidsgevoel. Het college heeft hen meer getekend dan alles wat daarna kwam.

Samengevat door Tom Vande Moortel