Debat over de hervorming van het secundair onderwijs

Dit debat werd ingericht door de Oudervereniging en de Moedervereniging op donderdag 27 september 2012.

De Muzenzaal was aardig volgelopen voor het paneldebat met Mieke Van Hecke, Paul Yperman, Thomas Verheyen en Tom Van de Moortel: ouders in de eerste plaats, maar ook opvallend veel leerlingen en oud-leerlingen van recente lichtingen.

Paul YpermanIn zijn inleiding poneerde Paul Yperman, oud-directeur van het Sint-Jozefscollege van Aalst en nu adviseur op het kabinet van minister Pascal Smet, dat er wel degelijk een hervorming nodig is.Het Vlaamse onderwijs scoort in internationale onderzoeken nog altijd zeer goed, maar de kopgroep wordt kleiner en de zwakkere middenmoot gaat achteruit. Bovendien is er een sterke correlatie tussen de schoolkeuze en de sociaal-economische achtergrond van de leerling enerzijds en de prestaties anderzijds, wat tot een vorm van segregatie leidt. De talenten van  grote groepen leerlingen, aldus Yperman, blijven onbenut.

Mieke Van HeckeMieke Van Hecke, directeur-generaal van het Vlaams Secretariaat voor het Katholiek Onderwijs, onderschreef met enige retorische nadruk die knelpunten en de noodzaak van een grondige bezinning over de toekomst van het onderwijs in Vlaanderen. Het VSKO heeft nog niets concreet uitgewerkt, maar stelt dat leerlingen niet mogen gestigmatiseerd worden omwille van de richting die ze kiezen: leerlingen zijn niet gelijk, maar verdienen wel een gelijke behandeling. Vandaar de idee van een gezamenlijke algemene vorming in de eerste jaren van het secundair onderwijs, met dien verstande dat er ook dan al gedifferentieerd zou worden, onder andere tussen leerlingen die wel al een keuze kunnen maken en die die de keuze nog willen uitstellen. Van Hecke benadrukte dat vanuit de geest van de grondwet elk net zijn eigen inhouden moet kunnen blijven bepalen.

Thomas Verheyen & Tom Van de MoortelThomas Verheyen (retorica 2010) en Tom Van de Moortel (retorica 2011) nuanceerden, met cijfermateriaal in de hand, de zogenaamde pijnpunten in ons onderwijs zonder ze te ontkennen. Zo voelen leerlingen die van ASO overgaan naar TSO en BSO zich daar niet noodzakelijk slecht bij. En de knelpunten moeten aangepakt worden op de plaatsen waar ze zich voordoen: een grondige structuurverandering zou lijken op het afbreken van een volledig huis enkel om een lekkend dak te herstellen. Verheyen en Van de Moortel waarschuwden ook voor foute conclusies: de moeilijke overgang tussen basisschool en middelbare school zou wel eens in de eerste plaats aan het niveau van de hervormde basisscholen kunnen liggen en niet aan de aanpak van het secundair onderwijs. Over het uiteindelijke doel waren onze oud-leerlingen zeer duidelijk: goed, degelijk onderwijs voor iedereen. Alle andere doelstellingen, inclusief het oplossen van maatschappelijke of economische problemen, moeten daaraan ondergeschikt blijven.

In het tweede deel van de avond maakte moderator Peter De Roover, die zich op een heel professionele en spitante manier van zijn taak kweet, een keuze uit de vragen die het publiek schriftelijk had mogen formuleren. Opvallend was dat die ongeveer allemaal aan Paul Yperman of  Mieke Van Hecke werden gesteld. Telkens weer klonk het van hun zijde dat er nog niets concreets is uitgewerkt, en dat vele conclusies van critici voorbarig zijn.

Peter De Roover sloot de avond af met vier conclusies: ondanks de pijnpunten heeft het Vlaamse onderwijs nog altijd onmiskenbare kwaliteiten; er is een grote nood aan maatschappelijk debat over de kwestie; ook jonge mensen zijn bereid zich te engageren voor een degelijk onderwijs; en tenslotte, er kan nog altijd op een beschaafde manier gedebatteerd worden. Met enige trots kunnen we daaraan toevoegen dat de jongste leden van het panel er niet bepaald als zwakste uitkwamen, wel integendeel.