Beweging 7: Samen werken, samen leven

07 samen werken samen leven

Een school is een ‘oefenplaats voor het samenleven’ waar eenheid en verscheidenheid hand in hand gaan (7.1).
‘Gemeenschappelijke onderscheiding’ in het voetspoor van de eerste jezuïeten kan in zo’n oefenplaats een hulp zijn (7.2; 7.3).
Leren samenleven levert uiteindelijk een dienst aan de hele samenleving en is een zichtbaar teken van Gods Rijk in de wereld (7.4).

7.1 De school als oefenplaats voor het samenleven

Een mens kan zich maar ten volle ontwikkelen dankzij een gemeenschap van werken en leven. Voor een school is gemeenschapsopbouw een dagelijkse opgave. We hebben niet voor elkaar gekozen en toch gaan we met deze klas, deze vakgroep, dit lerarenkorps… samen op weg. Activiteiten die de klassfeer of het gemeenschapsgevoel van de hele school bevorderen, verdienen daarom aanmoediging.  Tegelijkertijd waardeert een ignatiaans opvoedingsproject de aanwezigheid van diversiteit. De Geestelijke Oefeningen zelf veronderstellen diversiteit: ze dragen bij tot de verkenning van een persoonlijke roeping, en die is voor iedereen verschillend. Het gemeenschappelijk engagement van heel de school voor het opvoedingsproject staat niet in tegenstelling tot de eigenheid van elk individu. Bovendien verrijkt verscheidenheid het geheel.

7.2 Gemeenschappelijke onderscheiding bij de eerste jezuïeten

De realisatie van ‘eenheid in verscheidenheid’ is al een uitdaging voor de eerste jezuïeten. Zij willen vrij gezonden kunnen worden naar de mensen en de plaatsen waar ze het meest nodig zijn, zonder binding aan plaats of uur. Over die uitdaging schrijft Ignatius:“Hoe moeilijker het de leden van deze gemeenschap valt om eensgezind te blijven, des te nadrukkelijker moet gezocht worden wat voor de eenheid bevorderlijk is”. Daarom zoeken de jezuïeten vanaf het allereerste begin naar nieuwe vormen van samenleven en samenwerken. Wanneer Ignatius en zijn eerste gezellen in 1538 in Rome aankomen, stellen zij zich ter beschikking van paus Paulus III om door hem uitgezonden te worden naar waar dat nodig is. De vraag die hen bezighoudt, is nu of zij na die zending als groep verenigd blijven of niet. Dit overleg staat bekend als ‘het beraad van de eerste Vaders’. Ze gaan daarbij te werk volgens een methode van ‘gemeenschappelijke onderscheiding’. Gedurende 40 dagen leven ze sober en helpen armen en zieken. Daarnaast zoeken ze momenten van stil gebed en reflectie. Er worden geen onderlinge gesprekken gevoerd om ieders persoonlijke reflectie voluit kans te geven. ’s Avonds komt de groep samen om hun overwegingen in alle vrijheid met elkaar uit te wisselen. Op basis van hun geestelijke ervaring groeien ze naar het besluit toe om met elkaar verbonden te blijven.

7.3. Gemeenschappelijke onderscheiding op school

Ook in onze scholen is er nood aan overleg en breed gedragen keuzes: tussen leerkrachten onderling en tussen leerkrachten en directie, in bestuursvergaderingen... Ook in het kleinere verband van een klas of activiteit is gezamenlijke besluitvorming wenselijk. De ignatiaanse manier van ‘gemeenschappelijke onderscheiding’ kan hierbij een hulp zijn. Daarvoor moeten we enkele elementen in acht nemen:
We moeten attent zijn voor bewegingen van ‘troost’ en ‘troosteloosheid’ in de groep. Is er solidariteit en aandacht voor de ander of is het ‘ieder voor zich’? Leeft er een gevoel van tevredenheid, dankbaarheid of enthousiasme? Of is er eerder ontgoocheling, lusteloosheid of bitterheid? Die bewegingen zijn een kompas bij het maken van keuzes. Het vraagt tijd om die bewegingen op het spoor te komen en aan te voelen waarheen ze leiden. Een andere voorwaarde is innerlijke vrijheid: kunnen we afstand nemen van onze stokpaardjes, ambitie of machtspositie, en met openheid naar een ander luisteren? Een heldere zelfkennis is hier cruciaal. Gemeenschappelijke onderscheiding veronderstelt dat ieders bijdrage gewaardeerd wordt. Al wie vanuit een betrokkenheid ideeën formuleert, moet beluisterd worden. Dit vraagt – opnieuw – vertrouwen: in elkaar,  in het feit dat dit gesprek tot iets goeds zal leiden. In gelovige zin houdt dit vertrouwen in dat God spreekt doorheen iedereen en tot iedereen. Zelfs als het proces strandt of mislukt, is het resultaat nooit helemaal negatief. Een proces van echte uitwisseling levert steeds iets op: de groep leert bij en heeft in elk geval vooruitgang gemaakt in de reflectie. Uiteindelijk komt het erop aan beslissingen te nemen in ‘creatieve trouw’ aan de fundamentele inspiratie van de school, aan haar diepste doelstellingen.

7.4. Dienst aan de samenleving

Onze maatschappij is complex geworden door een grote diversiteit aan culturen en levensbeschouwingen. Diversiteit is meer dan voorheen ook op onze colleges merkbaar. De 35ste Algemene Congregatie van de verzamelde jezuïeten in Rome (2008) zei hierover het volgende: “We worden verrijkt door geloofsgenoten, maar ook door mensen uit andere godsdienstige tradities, vrouwen en mannen van goede wil uit alle volken en culturen”. Voor de zoektocht naar een rechtvaardigere wereld willen we in dit opvoedingsproject samenwerken en samenleven met mensen van verschillende religieuze of humanistische overtuigingen. Deze zoektocht is een sterke uitnodiging om iedere collega bij dit opvoedingsproject te betrekken en er een eigen bijdrage aan te leveren. Tegelijk worden leerlingen en leerkrachten uitgenodigd om in een multiculturele context respectvol met elkaar in dialoog te gaan.