Advies voor minister Smet

Deze open brief verscheen in De Standaard van 1 september 2011.

 
Geachte mijnheer de minister, dit weekend bleek dat ruim driekwart van de leerkrachten vaststelt dat de kwaliteit van ons onderwijs tanende is. Prompt werd hun breed gedragen aanklacht door u gereduceerd tot een nostalgische stuiptrekking van een clubje oude brompotten. Na verontwaardigde reacties allerhande, wordt het stilaan tijd dat u begint te luisteren naar de directe betrokkenen in plaats van u te laten leiden door blinde ideologie en te schermen met catchy oneliners.
 
In onze twaalfjarige schoolcarrière hebben we de blitse onderwijstechnieken als Begeleid Zelfstandig Leren, de ‘mondigheid' zonder achtergrond, de klemtoon op toepassingen zonder basiskennis, van binnenuit leren kennen. We zijn tot de conclusie gekomen dat zij bitter weinig bijbrengen en al zeker de leerlingen niet vormen tot zelfstandige, mature personen. U zal ervan versteld staan, maar modern georganiseerde lessen met de leerling die op eigen kracht ‘competenties' verwerft en de leraar als ‘coach' op gelijke voet met zijn pupillen, zijn vaak veel saaier dan een klassieke les met de leraar als leraar en de leerling als leerling. Het is niet de vorm die een les boeiend maakt, maar de inhoud. De lessen die ons het langst zullen bijblijven zijn juist die van de inspirerende leraren die met begeestering hun vakkennis doorgaven zonder zich te verliezen in holle methoden. Het raakt ons dan ook dat u net die leerkrachten arrogant afdoet als een stelletje reactionaire despoten die door een achterhaald ‘19e-eeuws beeld' beïnvloed worden.
 
Het zou niet de eerste keer zijn dat een onderwijsminister signalen uit het veld in de wind slaat. Het Vernieuwd Secundair Onderwijs werd op 1 september 1970 ingevoerd. Na ruim achttien jaar werd het stilletjes ten grave gedragen wegens de al te hoge kostprijs, maar vooral wegens het utopisch karakter. De doelstellingen en het concept van dat experiment waren overigens gelijkaardig aan uw eigen hervormingsplannen: sociale ongelijkheid wegwerken met een gemeenschappelijke eerste graad, uitstel van de studiekeuze en minder ‘intellectualistische' methoden. De vernieuwingsdrang van het ministerie was echter niet opgewassen tegen de kracht van de publieke opinie. Terwijl net vóór het schoolpact van 1958 het Rijksonderwijs nog goed was voor 28 procent van de leerlingen, was dat tegen eind de jaren '80 geen 18 procent meer. Blijkbaar gaven de betrokkenen toch de voorkeur aan het meer traditionele onderwijs. Hetzelfde fenomeen zagen we in Nederland, waar bij de invoering van de gemeenschappelijke basisvorming (1993-2003) opvallend veel leerlingen uit de grensgemeenten zich inschreven in Vlaamse TSO- en BSO-scholen.

Er is één gulden regel die een politicus met ambitie in een democratie voor ogen moet houden: een bekwaam politicus, een echte staatsman, luistert naar de verzuchtingen van de burger.

Bent u een echte staatsman, mijnheer de minister? Keer dan uw kar, nu het nog kan.

Adriaan De Leeuw, Tom Vande Moortel, Robin Van den Broecke en Thomas Verheyen
Ex-leerlingen, bachelorstudenten