12 stielen van de internaatsopvoeder

 

Gedurende een dag krijgt een mens verschillende rollen toebedeeld. Het tijdstip, de ruimte, de mensen rondom je, de weersomstandigheden, ja zelfs de kleur van je sokken kan van belang zijn bij het bepalen van je personage. Meestal schept die context duidelijkheid, maar al even vaak is de situatie behoorlijk wazig.

Bij mij thuis is de situatie zeer duidelijk. Voor mijn vijfjarig zoontje – bijna zes papa ! – ben ik Mega Toby. Ik bescherm hem tegen het kwade, heb bovennatuurlijke krachten en rij met een superbolide. Bij het boodschappen doen mag ik Sinterklaas zijn, als het fout loopt verander ik in Gargamel en wanneer ik hem in bed stop ben ik Klaas Vaak, verhaaltje en slaapzand inbegrepen. Ook voor mijn immer geliefde is de zaak glashelder. In de keuken staat Sergio Herman, in de slaapkamer wacht George Clooney en de rest van de dag roept ze gewoon James als ze me nodig heeft.

Op het internaat zijn de zaken niet altijd even duidelijk. Zo woont er volgens de jongens een wat suffe, eerder marginale man in het hoofd van zij die hen begeleiden. Die hangt wat in zijn fauteuil en vult zijn dagen met het lezen van sensatiekranten. Maar naast die eenzame kerel met het dagblad huist er nog wel wat volk in die uit marmer gehouwen hoofden van de opvoeders.

Stelt u zich de binnenkant van die karakterkoppen voor als een gezellige bruine kroeg.  Schemerlampjes tegen de muur. Roodfluwelen banken langs de wanden. Rustieke eiken tapkast centraal achteraan.

Daar vind je meestal de postbode. We hebben het hier niet over de gek geklede buik die met een bakfiets een computergetekend traject moet afleggen binnen een Olympische tijdslimiet. Het betreft eerder de gezapige dikkerd die met een posthoorn op het hoofd en met een door hernia geplaagde hals een loodzware brieventas zeult. Dagelijks springt hij even binnen voor een koffie of een neut daarbij de verkleumde geitenwollen tenen tegen de stoof duwend. Hij luistert geduldig naar jouw verhaal, geeft raad of praat je bij over wat er in de wijde wereld gebeurt.

Hij kan het goed vinden met de psycholoog. Deze praat wat bekakter, met wat meer pudeur. Hij houdt altijd zijn schoenen aan en zweert bij een single malt. Het grootste verschil met de brievenbesteller zit hem in de onderwerpen die je bij hem aansnijdt. Geen nieuwtjes van de buren, enkel je eigen zielenroerselen boeien hem. Hij luistert veel meer dan hij praat en hij kijkt vaker naar de persoon voor hem dan naar de bodem van zijn glas. Bij hem vind je begrip en een manier om jezelf weer op te krikken.

Meestal is hij vergezeld van een rondborstige jongedame. Zij verzorgt met veel liefde en inkijk bestaande of denkbeeldige blessures. Zij ruimt geduldig de smurrie op die sneller dan verwacht uit je mond en neus ontsnapt als je maag niet mee wil. Ze smeert wonderzalf op je rug na een verrekking en ze herinnert je aan het tijdig nemen van de medicatie. Sinds kort geeft ze ook seksuele voorlichting aan gasten die de menselijke voortplanting nog niet echt goed hebben begrepen. Zaken zoals tegen wat een condoom bescherming biedt, de mogelijkheid tot zwangerschap bij anale seks en de gevolgen van overdadige masturbatie hebben voor haar geen geheimen. Zij behandelt alle onderwerpen swiftly and with style.

Haar ontboezemingen worden het meest gesmaakt door de eeuwige student. Hoewel hij eigenlijk alleen de krant leest probeert hij je toch een antwoord te geven op alle vragen die een meer wetenschappelijk of rationeler antwoord behoeven. Veel stamgasten wenden zich tot hem om dingen verduidelijkt te zien of om op zijn minst te horen waar de nodige informatie te vinden is. Verder leest hij jouw schrijfsels na, zoekt hij gebeurtenissen uit een ver verleden voor je op of laat hij zich gebruiken als levende handleiding bij wat men in vroegere tijden een woordenboek placht te noemen.

Vlakbij de student zit meestal een strakke heer, de jurist. Wanneer hij zich opricht heb je liever dat hij niet jouw richting uitkomt. Er is ook niemand die het zich in het hoofd haalt om gezellig bij te schuiven. Hij heeft immers de onhebbelijke gewoonte alles en iedereen terecht te wijzen. Hij past de rechtspraak letterlijk toe en hoewel aangenaam iets anders is brengt hij toch vaak verlichting in de geesten. Ondanks het feit dat het een vrij norse man betreft heeft hij toch ook een warme kant.

Die warme kant schuift wel al eens wat dichter bij het maatpak. Het is een wat rozige dame met dons op de wangen en onder de neus. Ze is wat fluffy en staat beeldig in een margrietjesjurk. Het touwtje van haar witte kanten schort scheidt het spek boven en onder de navel en nu en dan krijg je een blik op het weelderige okselhaar dat ontsnapt aan de pofmouwtjes. Zij heeft een kruidenierszaak vlakbij en voorziet de kroegtijgers van alles wat zijzelf thuis vergeten : tandpasta, shampoo, ondergoed, kousen. Kortom alles wat een mens nodig heeft om een week door te komen maar al snel vergeet door de beslommeringen van de dag.

Om je daaraan te helpen ontsnappen is er tenslotte nog Pipo. Pipo kan je het beste omschrijven als een circusartiest, maar dan een clown met een zekere meerwaarde. Eigenlijk is Pipo gewoon een pipo, een paljas. Hij zet een muziekje op als je droevig bent, hij houdt je bezig als je je verveelt, hij krabt je rug als die jeukt, hij helpt je bij het vlooien, hij danst een polka als je blij bent en hij danst naar je pijpen als hij je daar gelukkig kan mee maken.

En meestal zijn ze ook wel gelukkig onze klanten. Want iedereen draagt zorg voor iedereen. En iedereen is er ook steeds welkom. Iedereen behalve de paterprefect die met het houten liniaal de regel in de hand houdt. Die komt er niet in. Jamais.